Dossier Gaswinning

9-10-2018 - H. ten Hoeve / OSF
Minimaliseren van de gaswinning uit het Groningenveld

Voorzitter,

De beslissing van deze minister om de gaswinning in Groningen in een zo snel mogelijk tempo terug te brengen tot nul was een noodzakelijke maar ook een moedige beslissing. Noodzakelijk omdat de bevolking in Groningen echt niet langer aan het lijntje gehouden kon worden met halfslachtige maatregelen met een te gering effect, maar ook wel moedig omdat het de consequentie heeft dat er in het Nederlandse energiegebruik heel erg veel in heel korte tijd moet veranderen, ook veel dat niet direct bijdraagt aan de ook noodzakelijke klimaatmaatregelen en dus een extra last vormt. Deze minister heeft dit aangedurfd.
Verstandig is de keuze om de betrokkenheid van de NAM bij alles waar de Groningse bevolking mee geconfronteerd zo volledig mogelijk te beëindigen, de afhandeling van de schade en het opzetten van de versterkingsoperatie volledig onder de verantwoordelijkheid van het rijk te plaatsen, maar aansprakelijkheid voor de kosten natuurlijk wel bij de NAM te laten.
De indruk kan ontstaan dat deze keuzes genomen zijn meer uit financiële dan uit humanitaire overwegingen. Niet stoppen met de gaswinning zou een geweldige versterkingsopgave betekenen, snel terugbrengen van de gaswinning betekent dat de noodzaak van versterking in snel tempo kleiner wordt. Dat spaart een hoop geld. Het klinkt als minder begaan met het lot van de Groningers, maar in feite onderstreept het natuurlijk nog eens de juistheid van de gekozen lijn.

Het nu voorliggende wetsontwerp brengt een duidelijke wijziging aan in de verhouding tussen het rijk en de NAM, wat betreft sturing en ook wat betreft de financiële verhoudingen. Maar de noodzaak van deze wijziging in het wettelijke regiem wordt in vragen uit deze kamer en ook door een groot aantal samenwerkende organisaties in Groningen sterk betwijfeld. Was zonder deze nieuwe wet, en ook zonder het hoofdlijnenakkoord dat met Shell en Exxon Mobil gesloten is, niet hetzelfde materiële effect bereikbaar geweest wat betreft het tempo van terugbrengen van de gaswinning? En dan zonder dat de winstdeling in het nadeel van het rijk aangepast zou zijn? De vraag ligt voor de hand en er lijkt, ook in de laatste antwoordnota van de minister nog niet een echt duidelijk antwoord op te wezen. Waarom schroeft de minister niet op basis van de bestaande wetgeving de te winnen hoeveelheid gas terug naar gelang de door GTS te bepalen mogelijkheden? De druk op ondernemingen en huishoudingen om tot minder gebruik van laag-calorisch gas te komen, moet hoe dan ook effectief gemaakt worden. Ik hoor hieromtrent van de minister wel graag een steekhoudende verklaring.

Of het wetsvoorstel nu wordt aangenomen of dat er met de bestaande tekst van de Mijnbouwwet gewerkt moet worden, in alle gevallen zal de minister het tempo van terugbrengen van de gaswinning laten afhangen van de afweging tussen enerzijds bij een hoge winning het veiligheidsrisico voor de Groningers , en anderzijds bij een heel beperkte winning het veiligheidsrisico dat ontstaat in ziekenhuizen, verpleeghuizen, woningen en allerhande andere gebouwen, plus het risico van maatschappelijke ontwrichting. Ik neem aan dat ook voor de minister het veiligheidsrisico voor Groningen het meest concreet en dus het meest zwaarwegend is. Maar hoe die afweging gemaakt zal worden zal vooral afhangen van de voortgang in de vervanging overal in Nederland, en ook zelfs in het buitenland, van Groninger gas door hoog-calorisch gas of, nog liever, door hernieuwbare energie. In welk tempo dat zal gaan is niet op voorhand te garanderen. Ik heb er vrede mee dat de minister niet in de wet het tempo van terugbrengen van de gaswinning wil vastleggen, maar dat aan de genoemde afweging wil overlaten. Maar dat betekent wel dat het risico bestaat dat wij niet in 2022 het relatief veilige niveau van 12 miljard kuub winning bereiken en niet in 2030 de winning kunnen stoppen. En dat zou betekenen dat het langer duurt voor het gewenste risiconiveau van 1 op 100.000 bereikt wordt. Zou dat betekenen, vraag ik de minister, dat ook het aantal gebouwen dat versterkt moet worden gaat oplopen boven de nu veronderstelde 7200 gebouwen omdat anders die gebouwen nog langer onder de veiligheidsnorm blijven dan wij nu al genoodzaakt zijn om voor lief te nemen? En trouwens, in de normstelling voor de vraag wanneer versterking noodzakelijk is, is natuurlijk een onzekerheidsmarge ingebouwd, maar in de modellen die de geologische situatie en de risico’s van gaswinning beschrijving zitten ook onzekerheden die niet gekwantificeerd zijn. Dus de normstelling voor de versterking blijft toch altijd een keuze zonder de garantie dat het voldoende is. Toch? Maar de eerste vraag blijft: is het tijdpad dat voor 2022 12 miljard kuub aangeeft en voor 2030 nul, is daar enige zekerheid voor te geven of is het nog niet meer dan een papieren belofte? Wat gebeurt er concreet om straks de afwegingen zo te kunnen maken dat veiligheid voor Groningers, veiligheid voor de huidige gasgebruikers en voorkomen van maatschappelijke ontwrichting geborgd zijn?

Voorzitter, het zou goed zijn als de minister nog eens uitdrukkelijk kan bevestigen dat de kosten van schadeherstel en van versterking voor rekening van de NAM komen en blijven, ook na staking van de winning. En dat daar garanties van Shell en Exxon Mobil achter liggen die het onmogelijk maken dat de ook in de verdere toekomst nog altijd mogelijke schades niet meer gedekt worden. En daarnaast moet duidelijk zijn dat mochten er toch schades niet meer door de NAM gedekt worden dat dan de staat aansprakelijk is. De minister schrijft daarover dat de kosten, waar naar mijn overtuiging de staat dan aansprakelijk is, dan uit het waarborgfonds moeten worden gedekt. Hoe zeker is het dat dit waarborgfonds altijd voldoende dekking biedt? In een debat met de vorige minister is daar wel eens twijfel over ontstaan.

Voorzitter, dat bij mijnbouw in principe de exploitant aansprakelijk is ligt voor de hand. Het ligt naar mijn gevoel evenzeer voor de hand dat altijd gevolgen van mijnbouw die niet meer door een exploitant gedekt worden voor rekening komen van diegene dat de vergunningen verstrekt heeft en dus de risico’s heeft geaccepteerd. Bij de mijnbouw is dat in het algemeen het rijk. Bij de vergunningverlening en de realisatie van windparken ontstaat naar mijn gevoel een vergelijkbare situatie. Het is niet onmogelijk dat er op termijn persoonlijke schade gaat optreden bij omwonenden. Dan is de exploitant aansprakelijk en daarachter de vergunningverlener, vaak het rijk, soms een gemeente. Is de minister het met deze redenering eens of ziet hij deze situatie anders?

Voorzitter, afgezien van andere elementen in het voorliggende wetsvoorstel, ik vind het een juiste benadering dat hoe precies omgesprongen wordt met de exploitatie van de delfstof, de overheid dat bepaalt. Ik vind het dus ook juist dat na dit wetsvoorstel er wetsvoorstellen achteraan komen die de schadeafhandeling en de versterkingsoperatie volledig onder rijksverantwoordelijkheid brengen, met doorberekening van de kosten aan de veroorzaker. Ik ben het er graag mee eens dat het rijk er van uit gaat dat ook de waardevermindering van het vastgoed tot de verhaalbare schade wordt gerekend en ik ga er graag van uit dat dit ook voor de immateriële schade zal gelden. Die is in veel gevallen reëel genoeg om daar een geldbedrag aan vast te knopen. Ook daar is de veroorzaker aansprakelijk. Hoe dat allemaal geregeld gaat worden, daar komen wij graag later met de minister op terug.

Tenslotte, voorzitter. Met het Groningerveld hebben we een groot probleem over ons afgeroepen. Met de zoutwinning zijn al vervelende ongelukken gebeurd en de kleine gasvelden kunnen ook nog best verrassingen opleveren. Nieuwe vergunningen voor het beschermde Waddengebied zullen niet meer verleend worden, maar in feite is juist de rest van ons land te dicht bevolkt om daar op een verantwoorde manier gevaarlijke operaties met de ondergrond uit te kunnen halen. Dus: wat mij betreft geen nieuwe vergunningen voor delfstoffenwinning dan alleen in dagbouw, grind bijv. En voor lopende en al afgelopen winningen een schaderegeling die even toegankelijk is als nu voor Groningen wordt opgezet, en ook volledig onder verantwoordelijkheid van het rijk. De instituties die nu worden opgezet kunnen breder gebruikt worden. Misschien wil de minister daar eens verder over nadenken.

Voorzitter, ik zal graag de beantwoording door de minister horen.

17-11-2015 - H. ten Hoeve / OSF
Bijdrage algemene financiële beschouwingen 2015


De gaswinning in het Groningse aardbevingsgebied is teruggebracht naar 30 mln kuub. Als wij dat naar 20 mln kuub terug brengen, wat vanwege de doorgaande bevingen wel zal moeten, en misschien nog wel meer, dan kost dat bijna 2 miljard. Plus de extra inspanning die nog nodig is om onze achterstand in te halen wat betreft de vervanging van fossiele door duurzame brandstoffen.

13-10-2015 - H. ten Hoeve / OSF
Bijdrage algemene beschouwingen 2015

De aardbevingen in Groningen, en nu ook al in Drenthe, leiden tot hoge kosten door schadeherstel, preventieve maatregelen en vergoeding van waardedaling van onroerend goed. En tot sterk dalende inkomsten door een verminderde gaswinning. Over de afhandeling van de schade door de NAM is volgens onderzoek 40% van de slachtoffers ontevreden. En van de vermindering van de winning hebben wij, hoop ik, en neem ik aan, het einde nog niet bereikt. Voorlopig is nog lang niet het hele gebouwenbestand in Groningen opgeknapt en aardbevingsproof, maar zelfs als dat wel helemaal klaar zou zijn dan nog blijft het zaak aardbevingen te voorkomen. Ondanks de beperking van de gaswinning gaan de bevingen nog steeds door en lijken ze zelfs heviger te worden. Er is al eerder gezegd dat de winning in het betreffende gebied nog wel met tweederde zal moeten verminderen om stabiliteit te kunnen garanderen. Net als de vluchtelingencrisis kost ook dit veel geld! De voor volgend jaar geplande lastenverlichting kon ons nog wel opbreken!
Wat zijn de plannen van de regering wat betreft de te winnen hoeveelheden gas uit het Groninger veld?
En verder: is al duidelijk wanneer wij het ontwerp voor de nieuwe mijnwet en het daarop betrekking hebbende advies van de Raad van State kunnen verwachten?
Wij vinden het wettelijk vastleggen van de omgekeerde bewijslast van groot belang, dat mag nu niet te lang meer duren!
In ditzelfde verband: het noorden is niet het enige gebied waar problemen spelen in verband met delfstofwinning. De mijnbouw in Limburg laat ook nog steeds sporen na. Nu het afpompen van het mijnwater in de ondergrondse gangen is gestopt leidt dit tot erosie en tot verzakkingen. Daardoor treedt schade op en ook hier liggen mogelijk nog grote risico’s. Ik begrijp dat er een noodfonds voor deze schade is, maar dat dat bedoeld is voor schrijnende gevallen. En dat DSM, Umicore en Oranje Nassau, niet aan het fonds willen meebetalen. De staat als eigenaar van de Staatsmijnen draagt natuurlijk een flink deel van de verantwoordelijkheid, maar het lijkt toch moreel niet acceptabel dat de bedrijven die de mijnbouw hebben uitgevoerd niet meebetalen aan in feite altijd al voorzienbare schade.

Waardoor kunnen deze bedrijven niet gedwongen worden mee te betalen?
En waarom is het noodfonds alleen voor “schrijnende gevallen”, en niet voor alle mijnbouwschade?
En tenslotte: werken de betrokken gemeenten voldoende mee aan de schade-afhandeling en aan de financiering van het noodfonds, of liggen daar ook problemen?