Dossier Algemene Financiële Beschouwingen

12-12-2017 - H. ten Hoeve / OSF
Algemene Financiële Beschouwingen 2017

Voorzitter,

Er is veel aan de hand. Een nieuwe regering met plannen die voor een groot deel nog geconcretiseerd moeten worden, maar ook voor een deel al uitgewerkt zijn en ter discussie staan. En een Europese Commissie die ook grote plannen heeft en haar bedoelingen met de Unie en de eurozone ook juist nu ter discussie stelt. Het allerbelangrijkste uitgangspunt, of het nu over belastingheffing of over institutionele arrangementen gaat, blijft, in vervolg op vorig jaar, wat mij betreft: houd het zo eenvoudig mogelijk, zo overzichtelijk mogelijk, zo transparant mogelijk.

Er is de laatste weken ook al het nodige afgewerkt. Over het Europees loket voor de btw heffing op e-commerce is Europese overeenstemming, en, voor ons misschien nog wel belangrijker, er is een lijst vastgesteld van 17 landen die op belastinggebied “non-coöperatief” zijn, plus nog 47 landen die beloofd hebben om wat aan hun belastingwetgeving te doen. Bij die laatsten overigens ook Curaçao en Aruba. Bij dat laatste direct twee vragen. Waarom stelt eurocommissaris Moscovici zo uitdrukkelijk dat dit een lijst van de lidstaten is en niet van de Commissie? Wat bedoelt hij daarmee? En de tweede vraag ivm de plannen voor afschaffing dividendbelasting: is deze lijst geschikt om straks gebruikt te worden om bij betalingen naar deze nu geklassificeerde jurisdicties de dividendbelasting te blijven heffen en ook overgemaakte renten en royalties te belasten?

Ik blijf nog even bij de EU, voorzitter. Commissievoorzitter Juncker heeft gelijk als hij benadrukt dat de euro de geldeenheid van de Europese Unie is en dat alle lidstaten behalve Denemarken, en nu nog het Verenigd Koninkrijk, gehouden zijn naar invoering van de euro te streven. En, Juncker heeft een punt als hij de landen daarbij wil helpen en stimuleren om daarvoor in positie te komen. Wat vindt de minister daarvan? Het kan iets kosten. Juncker heeft wat mij betreft ook gelijk als hij om dezelfde reden een aparte eurogroep-begroting en eurogroep-parlement afwijst. Zo’n extra circus komt de inzichtelijkheid niet ten goede. Maar hij heeft wat mij betreft ook gelijk als hij pleit voor een vaste voorzitter van de eurogroep, die deel uitmaakt van de commissie. Dat komt wel de duidelijkheid ten goede want het bedt de tot nu toe toch op een zijspoor opererende eurozone uitdrukkelijk in in de Unie-structuur en maakt ze daarmee ook voor het Europees Parlement toegankelijker. Dus democratischer. Is de minister het daarmee eens?

Terugkomend op de landen die nu als belastingparadijzen zijn aangewezen, moeten we ons er toch maar even rekenschap van geven dat er toch ook Europese landen worden beschuldigd van te vrijmoedige regelingen of deals. Het is een goed ding als Nederland, na altijd al geroepen te hebben dat wij beslist geen belastingparadijs zijn nu eens echt maatregelen gaat nemen om brievenbusfirma’s het leven hier wat moeilijker te maken. Dat kan landen die er meer recht op hebben mogelijk extra belasting opleveren en het kan ondernemingen tot een grotere bijdrage aan het nut van het algemeen dwingen. Maar om dat laatste te bereiken blijft druk op alle belastingparadijzen, of ze zich zo willen laten noemen of niet, natuurlijk o zo belangrijk! Trouwens, of Nederland met deze maatregelen zijn slechte naam echt kwijtraakt is nog maar de vraag. Wanneer is nu duidelijk dat Nederland niet via allerlei regelingen toch oneerlijke concurrentie pleegt? Waarschijnlijk pas echt wanneer wij akkoord gaan met de Europese gemeenschappelijke grondslag voor de winstbelastingen. Dus met de CCTB. Daar moet juist vanuit Nederland werk van gemaakt worden. Probeer bij te dragen aan een zo eerlijk mogelijke grondslag, maar erken het geweldige voordeel van zo’n gemeenschappelijke grondslag voor de transparantie van de belastingheffing. Aan de eigen soevereiniteit doet dat niet af zolang wij zelf een tarief mogen vaststellen.

Wat die tarieven betreft is het overigens te hopen dat we ook met zijn allen de druk weten te weerstaan om mee te doen aan de race naar de bodem. De plannen voor verlaging van de tarieven vennootschapsbelasting bewijzen dat wij daar nog volop in zitten. De Nederlandse concurrentiepositie lijkt mij niet zodanig dat wij wel genoodzaakt zijn om zulke maatregelen te nemen. Wij zijn geen Letland of Litouwen. Het lijkt mij dus geen goed plan. Waarom zou de minister dit willen verdedigen? Systematisch vind ik dit erger dan de plannen voor afschaffing van d dividendbelasting, hoewel de achtergrond daarvan natuurlijk vergelijkbaar is.

Overigens, voorzitter, door de Europese fractie van de Groenen en de EFA (dat zijn eigenlijk mijn vertegenwoordigers in het Europees Parlement) is gesuggereerd dat in de Brexit-onderhandelingen het Verenigd Koninkrijk wellicht gedwongen kan worden af te zien van rigoureuze verlaging van de winstbelasting. Dat zou het ons natuurlijk makkelijker maken dat ook te doen. Wat vindt de minister daarvan?

Wat wel een goed plan is, is de vereenvoudiging van de tariefstructuur van de inkomstenbelasting, in de richting van een flatrate met toptarief. Wat mij daarbij dan weer wat stoort is dat de algemene heffingskorting beperkt wordt en andere kortingen verhoogd. Juist de algemene heffingskorting zou er voor kunnen, moeten, zorgen dat een basisbedrag dat nodig is voor levensonderhoud vrij blijft van belastingheffing. Daarvoor blijft overigens ook nodig dat die heffing overdraagbaar blijft tussen fiscale partners. Ik ben het bij voorbaat met collega Schalk eens als hij klaagt over het feit dat het gat tussen eenverdienergezinnen en tweeverdienergezinnen nog niet een begin van demping krijgt.

Die vereenvoudiging van de tariefstructuur en tegelijk verlaging van de inkomstenbelasting wordt gerealiseerd door daar tegenover het lage tarief van de btw te verhogen van 6 naar 9 procent. Wij krijgen daarover vandaag ook een motie te behandelen. Door de verruimingen van de bestedingsmogelijkheden door de andere maatregelen lijkt mij daar op zich niet een groot probleem uit te kunnen ontstaan en het is een stap(je) in de richting van één btw-tarief.. Alleen voor de ondernemingen in de grensstreek betekent het natuurlijk wel een heel duidelijke verslechtering van de concurrentiepositie. En die concurrentiepositie was toch al niet florissant. Daar wordt een al lang bestaand probleem toch echt verergerd. Hoe ziet de minister dat?

Voorzitter, nog twee min of meer losstaande opmerkingen. De FNV vraagt heel uitdrukkelijk om de AOW leeftijd niet verder te laten stijgen dan tot 67 jaar. De FNV is zeker niet de enige die daar om vraagt, en ik moet zeggen dat ik het met deze vraag uitdrukkelijk eens ben. Verder doorstijgen van de AOW leeftijd gaat voor veel mensen, in de zogenoemde zware beroepen, maar ook bijvoorbeeld in het onderwijs, problemen opleveren. Het is beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.

En tenslotte: bij de overige maatregelen vond ik de vrijstelling van vastgoedbelasting voor sociaal-culturele, charitatieve en culturele instellingen op de BES eilanden. Dat lijkt mij een buitengewoon goede maatregel. Er moet daar meer gebeuren, maar dit helpt in ieder geval.

Voorzitter, ik zie graag de beantwoording van minister en staatssecretaris tegemoet.

22-11-2016
H. ten Hoeve / OSF
Algemene Financiële Beschouwingen 2016

Voorzitter,

Het kabinet is in een moeilijke periode begonnen, en heeft moeilijke beslissingen moeten nemen, maar eindigt in majeur. De economie groeit, zelfs als beste in de Eurozone, de werkloosheid daalt, zelfs 45 plussers en langdurig werklozen krijgen ietsjes makkelijker een baan. De overheidsfinanciën voldoen nog niet helemaal aan de Europese normen en ook nog niet aan onze eigen doelstelling van een positief begrotingssaldo, maar we zijn wel flink op weg. Dit succes heeft natuurlijk vele oorzaken, maar er moet gezegd worden dat het kabinet ook zeker een duidelijk, op dit resultaat gericht beleid heeft gevoerd. Toch, ik heb vorig jaar in de financiële beschouwingen een aantal kritiekpunten geuit en ik zou ze deze keer allemaal kunnen herhalen.

Heeft de lastenverlichting van 5 miljard van vorig jaar, die vrijwel helemaal naar de werkenden is gegaan, inderdaad gezorgd voor de verbetering in de werkgelegenheid? Of was hetzelfde resultaat bereikt als hetzelfde bedrag evenredig ten goede was gekomen aan werkenden, uitkeringstrekkers, en eenverdienergezinnen? Of zelfs wanneer de schuld verder was afgebouwd? Dat is moeilijk vast te stellen. Dit jaar is er minder uit te delen, maar dat kleinere bedrag wordt wel eerlijker verdeeld over enerzijds een miljard voor noodzakelijke uitgavenstijgingen in de sectoren veiligheid en justitie en zorg waar eerder echt te veel is bezuinigd, en anderzijds koopkrachtinjecties van 1,1 miljard voor een paar anders te veel achter blijvende groepen. Maar daarmee zijn de problemen nog niet opgelost.

  • Het bereiken van een sluitende begroting is naar de volgende kabinetsperiode geschoven. Als wij vorig jaar verstandiger waren geweest dan had dat niet gehoeven. En dit blijft belangrijk, ook al propageert commissaris Moscovici nu ineens voor ons een ruimhartig uitgavenbeleid in plaats van de doelen van het Stabiliteits- en Groeipact.
  • Onze verplichtingen op het gebied van defensie, 2% van het bbp, komen wij nog lang niet na en wij kúnnen dat ook niet in één sprong realiseren. Is er al zicht op de manier waarop en het tempo waarin wij die 2% zullen gaan realiseren? En dan liefst in NAVO maar zeker ook in gecoördineerd EU verband!
  • De koopkracht stimulering, voor ouderen, uitkeringsgerechtigden en huishoudens die door chronische ziekte in een éénverdienerssituatie verkeren, corrigeren natuurlijk nog niet de aanzienlijke voorsprong die in de loop van de jaren is opgebouwd in de fiscale regelgeving, van werkenden t.o.v. niet-werkenden en van tweeverdienersituaties t.o.v. eenverdienersituaties. Die voorsprong wordt niet kleiner maar loopt zelfs nog verder uit.

Daarmee zijn we dan bij het centrale probleem dat ook vorig jaar in de discussie een hoofdrol speelde. Dit kabinet zal er niet veel meer aan kunnen doen, maar het moet wel duidelijk zijn dat wat mijn partij betreft de belastingheffing terug moet naar simpeler en met meer nadruk op draagkracht en minder op gebruik ten behoeve van ideologisch gekleurde beleidsdoelstellingen, en daarnaast ook, wat de vennootschapsbelasting betreft, naar een meer gelijk Europees en liefst mondiaal speelveld en minder ruimte voor concurrentie tussen staten die ten koste gaat van de totale belastingcapaciteit.

  • Simpeler, want eenvoud en begrijpelijkheid werkt meestal per saldo eerlijker dan ingewikkelde regelingen die bedoeld zijn om eerlijk te wezen.
  • Met nadruk op draagkracht in de belasting van de inkomens. Dat de toeslagen gebaseerd zijn op huishoudinkomens in plaats van op individuele inkomens bewijst wel dat voor draagkrachtbepaling eerder naar huishoudens dan naar individuen gekeken moet worden. Wij hebben in de inkomstenbelasting voor een ander systeem gekozen en dat draaien we niet zo maar terug. Maar met collega Schalke en anderen dring ik er op aan om in het huidige systeem in ieder geval tegemoetkoming aan de éénverdienerhuishoudens zichtbaarder te maken. Dat kan door een aanzienlijke en overdraagbare algemene heffingskorting in stand te houden en uit te breiden, meer dan wat nu is voorgenomen. - En dan wat de vennootschapsbelasting betreft. Ook al zien de Belastingadviseurs en VNO-NCW grote problemen wat betreft de Nederlandse concurrentiepositie in het aantrekken van buitenlandse bedrijven wanneer de Europese voorstellen met betrekking tot de Common Consolidated Corporate Tax Base (CCCTB) aangenomen zouden worden, transparantie, ook in het heffen van belasting over winst is maatschappelijk van belang. De schimmigheid waarmee de belastingdruk van grote ondernemingen berekend wordt kan niet tot tevredenheid leiden. Country by country reporting maar ook een common tax base voor Europa vergroot in hoge mate de transparantie. En geeft, waarschijnlijk meer dan met nationale regelingen, de mogelijkheid om het aftrekken van kosten van vreemd vermogen eindelijk uniform in Europa te beperken. Te veel schulden kun je niet van het ene moment op het andere afbouwen, maar fiscaal faciliteren van schulden heeft zijn tijd gehad. Over het consolideren en dan verdelen van winsten over de landen waarin een bedrijf werkt is mogelijk meer te zeggen, maar een winstverdeling via de in OESO verband gepropageerde methode van verrekenprijzen lijkt mij ook niet een altijd even helder uitgangspunt. Misschien wil de minister (of staatssecretaris) nog wat reflecteren op de keuzes die in verband met dit CCCTB in Europees verband gemaakt moeten worden.
Over belastingen tenslotte nog twee opmerkingen. Belastingen moeten dus, anders nu, simpel en naar draagkracht en niet ingewikkeld en om er politieke doelen mee te bereiken. Maar waar de markt niet in staat is aanwijsbare externe effecten te verrekenen in de prijzen, zijn heffingen om dat te compenseren, fiscaal of anderszins, maatschappelijk natuurlijk van belang. En het maatschappelijke belang is ook de rechtvaardiging voor onze heffing op extreme gouden handdrukken die exorbitante afscheidscadeaus voor werkgevers onaantrekkelijk moet maken. De bewindslieden kunnen misschien aangeven in hoeverre deze regeling succesvol is en ook of zij de gedachte zouden kunnen steunen dat de beloningstructuur in ons land aanleiding zou kunnen geven om de regeling uit te breiden naar andere beloningen.

Nog een punt, voorzitter, niet het makkelijkste en eigenlijk buiten de portefeuilles van de minister en de staatssecretaris, maar wel van groot belang in ons sociaal en economisch systeem. Daarom toch kort daarover. De regering zoekt naar moderne vormen van individuele pensioenopbouw met behoud van solidariteit. Maar de voorliggende vraag is of het huidige systeem met de huidige pensioenfondsen zich heeft overleefd of eigenlijk nog best is opgewassen tegen zijn taak. Ik denk dat dit laatste toch eigenlijk het geval is.

Het gebruik van de risicovrije rente voor de berekening van verplichtingen lijkt noodzakelijk omdat de fondsen contractueel aan vaste en te indexeren uitkeringen gebonden zijn. Maar dat is natuurlijk de realiteit niet meer wanneer die uitkeringen feitelijk afhankelijk zijn van de financiële positie van de fondsen zodat dat al geruime tijd leidt tot niet meer indexeren en hier en daar en mogelijk binnenkort nog meer tot het verlagen van pensioenuitkeringen. Wanneer net als bij de premiebepaling gerekend mag worden met prudent bepaalde verwachte rendementen dan is er voor de meeste fondsen geen probleem meer, hoe voorzichtig het verwachte rendement ook benaderd wordt en dus, inderdaad, ook incalculerend dat een deel van het vermogen in waarde zal dalen wanneer de langetermijnrente weer gaat stijgen. Formalisering van wat iedereen weet, dat het pensioenfonds geen garanties kan bieden, en dan niet hoeven rekenen met het onrealistisch strakke rentecorset, betekent dat er niet gekort hoeft te worden, dat er zelfs weer geïndexeerd kan worden zonder aan de toekomst te kort te doen. Ik ben dus zover dat ik hoor tot die “partijen die pleiten voor meer vergaande maatregelen dan het eenmalig verlengen van de hersteltermijn”, om de juist ontvangen brief van de staatssecretaris van sociale zaken te citeren. De regering kiest daar duidelijk nog niet voor, maar mij lijkt het tijd te worden voor een realistische blik.

Voorzitter, er zijn op het gebied van financiën en economie nog genoeg problemen die ik hier niet genoemd heb. Het allerbelangrijkste is toch de doorgaande tweedeling op de arbeidsmarkt. Ik denk, ook al blijkt dat nog niet, dat de Wet Werk en Zekerheid en zelfs ook de Wet DBA een bijdrage kunnen leveren aan stabiliteit op de arbeidsmarkt. Over de toekomst van de Wet DBA hoor ik graag nog wat van de staatssecretaris. Maar om deze wetten goed te laten functioneren is er daarnaast natuurlijk nog veel meer nodig, op fiscaal gebied, op arbeidsrechtelijk gebied, op sociale zekerheidsgebied. Dit kabinet zal daar niet veel meer aan doen, maar ook hier zou ik benieuwd zijn naar de gedachten van minister of staatssecretaris.

Ik verwacht graag de beantwoording van de bewindslieden.

17-11-2015
H. ten Hoeve / OSF
Bijdrage algemene financiële beschouwingen 2015

Allereerst zaken waar onze bezuinigingen blijkbaar zijn doorgeschoten en waar nu of binnenkort geld naar toe zal moeten. Daar zijn ook enkele bestedingen bij waar niet alleen meer geld naar toe moet maar waar ook meer zekerheid op iets langere termijn verschaft moeten worden.
De situatie van de gemeenten, waar veel taken zijn neergelegd, waar dus ook veel geld naar toe gaat, en waar oplossingen voor de te grote bezuinigingen gevonden moeten worden, maar waar ook geklaagd wordt over de onvoorspelbaarheid van het rijk, soms door het systeem van samen trap op en trap af, soms door veranderingen in de modellen die voor het gemeentefonds worden gebruikt. Ook daar is, blijkens het protest van 234 gemeenten vorige week, behoefte aan meer zekerheid op een wat langere termijn. En dus ook aan meer geld.
Ziet de minister mogelijkheden om voor bepaalde uitgavenposten voor langere perioden dan voor één begrotingsjaar de middelen vast te leggen, te garanderen?

Voor wat betreft de gemeenten, en ook de provincies trouwens, zou natuurlijk de situatie al heel anders worden wanneer het belastinggebied van deze overheden vergroot zou worden. Heeft de minister die al heel lang gekoesterde en door bijna iedereen gedragen wens nog in de planning?

17-11-2015 - H. ten Hoeve / OSF
Bijdrage algemene financiële beschouwingen 2015

Het belastingsysteem wordt traditioneel ingeschakeld om “de sterkste schouders de zwaarste lasten” te laten dragen, dus ook in het kader van inkomensverdeling, maar wij gebruiken het vooral voor allerlei soorten van politiek gemotiveerde stimulering en ontmoediging. Zodat het een warboel van regelingen, uitzonderingen, kortingen en toelagen is geworden die per saldo in ieder geval ouderen en éénkostwinnergezinnen benadeelt en buitenlandse bedrijven, die elders winst maken, maar liever hier belasting betalen, bevoordeelt.

Is het dan wel verstandig deze 5 miljard nu uit te geven in een privilege voor het werkende deel van de natie in plaats van eerst te kijken naar een aantal dringende sociale behoeften of door eerst verder te werken aan een sluitende begroting? Zoals ook Duitsland doet!
Dan hebben wij straks nog mogelijkheden wanneer al die andere claims ons om de oren gaan vliegen of wanneer het tij weer tegen zit. De minister heeft daar zelf behartenswaardige dingen over gezegd in een toespraak op de Tatra Summit in Bratislava.

Over het belang van onze sociale systemen: People feel that the austerity and reform agenda’s entail a loss of social rights. This is the key concern.

En over het nut van een sluitende begroting: It is .. of utmost importance that our public budgets contain a buffer capacity. This requires using the good times to deleverage, to bring down our public deficits when we can. And in the event of a shock - this buffer will allow us to use sovereign debt as an extra insurance against economic setbacks.

17-11-2015 - H. ten Hoeve / OSF
Bijdrage algemene financiële beschouwingen 2015

En voor de overheidsfinanciën willen we een begrotingsoverschot, groot genoeg om in slechte tijden, die vast weer een keer komen, te kunnen interen, en een kleinere staatsschuld dan we nu hebben, in ieder geval onder de 60% bbp, zoals met de EU is afgesproken.

Is het dan wel verstandig deze 5 miljard nu uit te geven in een privilege voor het werkende deel van de natie in plaats van eerst te kijken naar een aantal dringende sociale behoeften of door eerst verder te werken aan een sluitende begroting? Zoals ook Duitsland doet!
Dan hebben wij straks nog mogelijkheden wanneer al die andere claims ons om de oren gaan vliegen of wanneer het tij weer tegen zit. De minister heeft daar zelf behartenswaardige dingen over gezegd in een toespraak op de Tatra Summit in Bratislava.

Over het belang van onze sociale systemen: People feel that the austerity and reform agenda’s entail a loss of social rights. This is the key concern.

En over het nut van een sluitende begroting: It is .. of utmost importance that our public budgets contain a buffer capacity. This requires using the good times to deleverage, to bring down our public deficits when we can. And in the event of a shock - this buffer will allow us to use sovereign debt as an extra insurance against economic setbacks.