Dossier Algemene Beschouwingen

27 oktober 2020 - G. Gerbrandy
Algemene Beschouwingen Onafhankelijke Senaatsfractie

De heer Gerbrandy (OSF):

Dank u, voorzitter. Ik heb vier punten en een hartenkreet.

Elke spreker hier vandaag heeft het over corona gehad. Wij kennen allemaal de implicaties en de persoonlijk geraakte gezinnen en mensen. We zijn er helaas nog niet vanaf en dit zal nog wel even duren. De OSF heeft alle incidentele suppletoire begrotingswijzigingen gesteund. Ik heb dat eens een beetje nagekeken. Er staan 170 posten in de financiële verantwoording. Je kunt het zo gek niet bedenken. 57 miljard euro is in deze crisis gestort. Dat was accuraat. Er was leiderschap nodig om dat te doen. De twee mensen die ik nu aankijk, en die mij nu aankijken, wil ik daarvoor complimenteren. Dat is geen klein bier. Er komt nog veel: 30 miljard? Deze crisis is nog niet over. De vraag of dat geld allemaal goed terechtkomt, baart mij wel zorgen. Ik heb dat nog niet zo veel gehoord vandaag, maar is er controle? Wordt ervoor gezorgd dat het draagvlak van onze gemeenschap er ook blijft, doordat die centen, dat geld, bij het goede doel terechtkomen? Gelukkig doet u dat ook met accountants, de FIOD, enzovoorts. Toch wordt er gezegd: vertrouwen is goed, controle is beter. Die controle is belangrijk, alhoewel dat niet moet doorslaan. Onze ex-collega, nu staatssecretaris, Van Huffelen zei: controle is goed, maar vertrouwen is beter. Dat is een goed adagium.

De aanpak van corona was liberaal en ik kan me dat voorstellen. "17 miljoen mensen, die schrijf je niet de wetten voor, die laat je in hun waarde." Maar als dan blijkt dat die gedragsverandering toch niet helemaal lukt, dan zou ik het kabinet willen vragen om nu, nu de problematiek nog aanwezig is, helderder en duidelijker te zijn en de communicatie toch beter te voeren. U weet dat.

Ik heb gisteren de tijdelijke coronawet gesteund. Dat geeft u ook mogelijkheden om maatregelen te nemen. Hoe we dat nu gaan doen, ga ik u niet voorschrijven, maar het is wel belangrijk dat dat virus er op korte termijn onder gekregen wordt. Het lijkt me heel belangrijk om snel terug te gaan naar de oude situatie en dat mensen elkaar met de kerst en met Sint-Nicolaas weer kunnen ontmoeten. Als er zachte heelmeesters zijn, dan zou dat misschien niet kunnen. Mijn eerste vraag voor de premier is: zou hij straks een beschouwing willen geven over wat zijn plannen zijn? Is hij het met mij eens dat je wel vrij krachtig moet ingrijpen? Een gedragsverandering komt namelijk niet vanzelf. Later zullen we in een parlementaire enquête zien wie gelijk heeft.

Ik zei net al dat de OSF de financiële steun gesteund heeft. Maar er is één maatregel die nu voorhanden is: de Baangerelateerde Investeringskorting. De OSF is daarop tegen. De Raad van State en het CPB zijn daar ook op tegen. Wij hebben geleerd van de wet over investeringsregelingen. U reserveert 2 miljard voor de BIK. Ik ga in mijn vierde punt een voorstel doen om die 2 miljard anders te gebruiken.

Dan mijn tweede punt: de financiën van de gemeentes. Ik heb dat nog niet veel gehoord. Drie vierde deel van alle gemeentes moet bezuinigen en heeft moeite om de begrotingen sluitend te maken. Een derde van de gemeentes lukt dat niet. De VNG, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, zegt: de situatie is onhoudbaar. Binnenlands Bestuur schrijft: "De frustratie bij gemeenten zit diep. Bij gemeenten is hier en daar rebellie." Hoe kan dat? Ik heb het over de decentralisatie van het sociaal domein. U kent het allemaal. Jeugdzorg is overgegaan naar de eerste overheid, de gemeentes. Maar ik zeg dat die start verkeerd is geweest. Men had meer behoefte aan zorg. Gemiddeld is er 25% bezuinigd op dat proces. Dat kan niet. Kabinet, kijk naar Denemarken. Er zijn goede voorbeelden. Als die een systeemverandering doet, gaat die er eerst meer geld in stoppen. Dan komt de efficiëntie en dan komt het profijt. Kan de premier straks deze vragen beantwoorden? Ik kan u garanderen dat dit niet opnieuw een financieel debacle wordt voor de gemeentes. Trap af, trap op. Dat is vorig jaar besproken.

Er is nu een onderzoek geweest naar de herziening van het Gemeentefonds op het sociaal domein. Die is desastreus voor kleine gemeentes, desastreus. Gemeentes tot 20.000 inwoners gaan er per inwoner bijna €60 op achteruit. De grote gemeentes -- ik zal ze niet allemaal noemen -- gaan er meer dan €100 op vooruit. Dat kan niet. Gemeentes schrijven u -- ik heb die brieven gelezen -- dat het onvoorstelbaar en onacceptabel is. Het is de eerste overheid. Mensen, dat kan zo niet. Nederland is niet in balans. Het geld gaat van oost naar west, van platteland naar stad, van klein naar groot. Ik noem een voorbeeld van even geleden, maar dan is het duidelijk. Voor de krachtwijken werd er ingezet op €400 per persoon. Dat moest, want er waren problemen. Maar kijk nu naar de krimpgebieden: daarbij is ingezet op €10 per persoon. Dat klopt niet. Dat is niet in balans.

Ik wil dat u meer oog hebt voor de regio's. Ik beveel u de Rede fan Fryslân van minister Schouten van 8 oktober zeer aan. Wat een fantastische rede vanuit het kabinet. Daarin zei onze minister: ruim baan voor de regio. Uw kabinet vroeg aan de andere overheden om eens met voorstellen te komen. Ik was toen burgemeester in Achtkarspelen. Wij hebben meegedaan met de regiodeals. Dat is fantastisch. Dat is van onderop. Dan is het ook zaak dat u zaken loslaat. Ik noem enkele voorbeelden die spelen in de periferie, waar ik -- u trouwens ook -- me verantwoordelijk voor voel. Ik heb het over Groningen, over het gas. 20.000 banen gaan weg. Het versterken van de huizen daar duurt in dit tempo twintig jaar, dames en heren. Dat kun je niet maken. Er is een fonds in Europa. Ik steun de motie-Mulder/Dik-Faber van de Tweede Kamer, die zegt: ga met het JTF-fonds van 600 miljoen euro, dat transitiefonds, naar het Noorden, want we hebben daar enorme profijten gehad en daar zou iets voor terug moeten komen. Alhoewel, ze zijn in Friesland, Groningen en Drenthe al heel goed bezig met die energietransitie. De Lelylijn is vorig jaar besproken. Dan zijn er de Nedersaksenlijn en Heerlen-Aken. U moet echt kijken naar die regio.

Oei, de tijd. Voorzitter, ik hou mij meestal goed aan de tijd. Dat weet u. Punt drie: basisinkomen. Regeren is vooruitzien. In onze Grondwet staat dat iedere Nederlander bestaanszekerheid moet hebben. Zie artikel 20. Nederland is nog steeds een van de meest welvarende landen van deze wereld en toch lopen de verschillen steeds meer op. 1 miljoen medelanders, Nederlanders, leven in armoede. 1 miljoen, dames en heren. 8%, zeg maar. Daarvoor is een toeslagencircus opgebouwd met kortingen, vrijstellingen, aftrekposten en noem maar op. In Leeuwarden hebben ze 63 mogelijkheden om mensen te steunen. Het is prachtig, maar het verzandt en strandt. Kan dit anders? Ja, dit kan anders.

Wij rekenen altijd met betaald werk. Maar weet u wat de grootste onderneming van Nederland is? Dat zijn de vrijwilligers. Meer dan 8 miljoen mensen -- u ook -- gaan vrijwillig dingen doen, zonder betaald te worden. Als dat zou verdwijnen, zou onze maatschappij zijn uitgeteld. Die mensen doen dat vrijwillig. Dat is prachtig. Iedereen doet dat. Ik doe dat ook. Het Nibud heeft gekeken naar de vraag: is het mogelijk iedereen een basisinkomen te geven en dus alle toeslagen, aftrekposten, heffingen en tegemoetkomingen af te schaffen? In de berekening van het Nibud staat dat de bijstandsuitkeringen dan gemiddeld 8%, minimumuitkeringen gemiddeld 32%, modaal inkomens 26% en twee keer modaal 19% omhooggaan. Is dit fake news van het Nibud? Ik hoop het niet en ik denk het niet. Daarom is mijn derde vraag aan de minister-president: zou u een serieus en gedegen onderzoek willen laten uitvoeren naar deze materie? Ik denk aan een interdepartementaal onderzoek of een staatscommissie. Ik overweeg een motie in te dienen. Ik zou die nu voorlezen, maar mijn tijd is op.

Mijn vierde punt is de verhuurderheffing. Vorig jaar heb ik een motie over de verhuurderheffing ingediend. Toen heeft de minister mij gevraagd om die aan te houden, want zij had nog een onderzoek lopen. De woningnood is in Nederland alleen maar toegenomen. Studenten, starters, middenklassers, iedereen heeft behoefte aan degelijke, goede, betaalbare woningen. Ze zijn er gewoon niet.

Ik ga er nu snel doorheen, want u weet wat ik wil zeggen, maar het zal ook gefundeerd moeten zijn. Huurprijzen van sociale huurwoningen zijn de laatste tien jaar met 26% omhooggegaan. Hebben die mensen ook 26% meer loon gekregen? Dat is niet het geval. In de commerciële huursector is de nood 44% omhooggegaan. Er moeten in tien jaar 1 miljoen huizen worden gebouwd. Voor 2013 bouwden de corporaties 35.000 sociale huurwoningen. Na 2013 was dat de helft, namelijk 15.000. De verhuurderheffing kost gemiddeld 2 miljard per jaar. Dat komt bij de corporaties vandaan, daar waar de mensen met de smalste beurzen de huren moeten betalen. En die gaan naar het Rijk. 21 juni 2020 is de grens van 10 miljard gepasseerd.

Voorzitter, ik ben er bijna. 180 woningcorporaties kunnen niet meer hun kerntaak uitoefenen. Daarom vind ik dat wij er iets aan moeten doen. De regering geeft nu 300 miljoen terug. Minister Ollongren heeft gezegd: 1 miljard in tien jaar. Dat is 100 miljoen per jaar. Nu komt er 200 miljoen bij. Dat is 15% van wat genomen is. Het is een sigaar uit eigen doos. BZK, Financiën en Aedes hebben berekend dat de corporaties in vijftien jaar 30 miljard euro tekortkomen om die sociale huurwoningen te bouwen. In vijftien jaar 30 miljard is 2 miljard per jaar. Dat is toch dat BIK-bedrag? Even dekking zoeken? Die heeft u hier.

Mijn hartenkreet …

29 oktober 2019 - G. Gerbrandy
Algemene Beschouwingen Onafhankelijke Senaatsfractie (Maidenspeech Dhr. Gebrandy)

De heer Gerbrandy (OSF):
Voorzitter. Als eenmansfractie OSF, de Onafhankelijke Senaatsfractie, wil ik graag vijf punten naar voren brengen. Het is een groot genoegen om het kabinet daar te zien zitten en elkaar zo te ontmoeten. Mijn evenknie in de Tweede Kamer is nogal rustig en de inbreng van de onafhankelijken klinkt misschien niet elke dag door, maar nu moet u opletten. De eenmansfractie: alleen maar niet eenzaam. 33% van de Nederlanders stemt op een onafhankelijke politieke partij. 3.200 raadsleden in de gemeenteraden brengen onze democratie daar in werkelijkheid. Geen klein getal. In mijn angstige dromen zie ik voor me dat ze allemaal op de OSF gaan stemmen en dat wij hier de grootste fractie worden. Goed, het is nog toekomst.

Ter zake. In dat verband vind ik dat de ongelijkheid in de subsidiëring van politieke partijen nu zo gauw mogelijk opgelost moet worden. De commissie-Veling en ook de commissie-Remkes en de VNG hebben meerdere keren gezegd: ga dat nu oplossen voor die 33% die deze democratie vormgeeft. Het kabinet zegt: wij gaan dat nog een jaar of vier uitstellen. Ik zeg: het moet nu gebeuren, voor de volgende gemeenteraadsverkiezingen. Die Wet financiering politieke partijen kan met een voorlopige regeling geregeld worden.

Twee: verkiezingen Eerste Kamer. Remkes zegt: ga niet terug naar voor 1983. Het kabinet heeft gereageerd en zegt: dat moeten we eigenlijk wel doen. Ik zeg u: doe het niet. Het is voor kleine partijen zoals de mijne erg nadelig. De kiesdrempel wordt eigenlijk verdubbeld. Hebben we een alternatief? Ja, dat is het spreiden van de provinciale verkiezingen over meerdere jaren, zodat die niet meer, meneer Rutte, gekaapt kunnen worden door de landelijke politiek. Heel ernstig. Het hoort bij provinciale verkiezingen te gaan over de provincie.

Een tweede punt: financiële problemen bij gemeenten. Geachte voorzitter en kabinet, het water staat de gemeenten aan de lippen. Ik kan dat weten, ik heb daar twintig jaar in gefunctioneerd. Het kan niet zo zijn dat de begroting van het land, de rijksbegroting, een overschot heeft en dat de gemeenten bijna over de rand geduwd worden in een curatelesituatie artikel 12. Bij de decentralisaties -- toenmalig minister Bos heeft het openlijk erkend -- was het niet alleen beter uit te voeren door de eerste overheid, maar was het ook een belangrijke bezuiniging voor het kabinet: min 20%. Dan hebben ze het in Denemarken anders aangepakt. Die overgang kost geld: er moet eerst geld bij en dan komt het terug. Het kabinet moet hier wat mee doen. Naar de systematiek van trap-op-trap-af moeten we nog kijken. Misschien moeten we het belastinggebied van gemeenten eens nader bestuderen. Mag ik straks een antwoord, een visie van u, minister?

Drie: het gaat financieel-economisch goed in Nederland, maar zijn we in balans? De middeninkomens gaan er 2,5% op vooruit, prima, maar de minima maar de helft daarvan. En dat is in onze ogen onbestaanbaar. Als je de beschaving van een land afleest aan de manier waarop het met de minima en de kwetsbaren omgaat, is deze regering op de verkeerde weg.

Ook de publieke sector, hier meermalen genoemd, moet de kans krijgen om goed te kunnen blijven functioneren, met name het onderwijs, onze kenniseconomie, onze toekomst, onze jeugd. Mensen moeten opnieuw gemotiveerd worden om in het onderwijs hun taak te doen. Ik vind dat het kabinet meer moet doen aan de zorg -- het is gezegd: we worden allemaal ouder -- en de politie.

De gepensioneerden, het is net heel goed uitgelegd, meer dan 3 miljoen, 4 miljoen mensen die dachten dat ze er een beetje op vooruit gingen. Die rekenrente, die "armrekenrente" is een slecht systeem. Dat heb ik niet bedacht. Luister naar de 60 deskundigen die daar iets over gezegd hebben.

Punt 4: Nederland is een welvarend land. In Friesland zeggen we: it bêste lân fan d'ierde. Dan hebben we het vooral over Friesland, maar Nederland is it bêste lân fan d'ierde. Hoe is dat gekomen? Wij waren een zeevarende natie. Het is eerder genoemd: de VOC, de Gouden Eeuw. We hebben er in ieder geval veel aan te danken. Twee: de delfstoffen die we hier vonden. Steenkolen in Limburg, gas in Groningen. En daar wil ik het even over hebben. Wij zijn dus schatplichtig aan gebieden in dit land die onze welvaart tot stand gebracht hebben. Daarom zullen problemen als krimp in de periferie van Nederland daadkrachtig aangepakt moeten worden. Daarom zal het herstel van schade echt opgepakt moeten worden. Meneer Wiebes heeft gezegd: we gaan nu afscheid nemen van dat gas. Wij steunen dat. Dat is krachtdadig. En nu moet hij ook laten zien wat hij zegt!

De infrastructuur. Dames en heren, collega's, één voorbeeld: de Lelylijn moet er komen. Als je de Betuwelijn aanlegt van gasgeld, is nu deze aan de beurt. Het is slechts één voorbeeld, want ik heb maar tien minuten en daar zijn er vier van over.

Het zijn twee dingen waar ons land zijn welvaart aan te danken heeft. Het derde is de landbouw. De minister is in ons midden en dat verheugt mij. De landbouw is koploper in de wereld. Mijn vader was boer en mijn opa was boer. Vanaf de schepping zijn wij boer, zeg maar. Dit land is opgebouwd door de agrariërs, de boeren. En nu zijn er grote problemen. Iedere boer weet, let op, iedere boer weet dat het niet zo kan doorgaan. Ook de intensieve boer weet dat. Daarom moet het roer om en daarom vraag ik het kabinet en de minister om met de sector, met de boeren een oplossing te zoeken op korte termijn. Niet volgende week, dat kan niet. Als de problemen van het PAS al vijf jaar spelen, kun je het niet in vijf weken oplossen. De boeren gaan u helpen en dan moet er ook heldere taal worden gesproken om dit probleem op te lossen. Wij steunen de kringlooplandbouw van u, maar het moet met de mensen. Als het niet lukt in Nederland, met zijn kennis en zijn middelen, om een nieuwe weg te vinden, kan het nergens. Ik zou u de opdracht willen geven -- maar dat is al lang gezegd: ga opnieuw die koploperpositie van Nederland in de landbouw veroveren. Als dat zou lukken op een duurzame manier, zijn we opnieuw koploper in de wereld. De problemen die we nu hier kennen, zijn mondiaal en wij kunnen ze met onze kennis en middelen oplossen. Ik wens u daar sterkte bij.

Het laatste punt, voorzitter. De verhuurdersheffing. Ik had ook nog over het basisinkomen willen spreken, over de Verenigde Naties en over de NAVO, maar ik heb nog twee minuten.

De voorzitter:
En dat is inclusief uw tweede termijn.

De heer Gerbrandy (OSF):
O ja. In 2013 heeft het kabinet-Rutte II een greep in de kas gedaan van de woningcorporaties. Daar was kennelijk reden toe, maar dat was een tijdelijke maatregel. Vraag minister Kok nog maar hoe het zat met die tijdelijkheid. Drie maanden huur van mensen met de laagste inkomens die corporatiewoningen huren, gaan naar het Rijk. Dames en heren, dat moet nu anders. Die tijdelijkheid gaat eraf. Ik roep u op -- en ik heb een motie klaar liggen -- om de opdracht te geven die verhuurdersheffing uit te schakelen, zodat de corporaties weer goede, duurzame en betaalbare woningen kunnen bouwen voor de mensen die ze nodig hebben.

De heer Kox (SP):
Nou ben ik eigenlijk te laat, want ik dacht: als nestor van deze Kamer moet ik onze nieuwe collega toch een handje helpen. Ik wilde een truc toepassen door u te vragen om nog eens uit te leggen wat u wilt. Want dan gaat dat niet van uw spreektijd af, maar dan krijgt u die erbij.

De heer Gerbrandy (OSF):
Daarom sprak ik door. Ik zag het aan u.

De heer Kox (SP):
U hebt het zo snel uitgelegd, dat ik helaas die geste niet kan maken.

De voorzitter:
Dank u wel.

De heer Gerbrandy (OSF):
Daarmee kunnen de woningcorporaties het kabinet helpen om die woningnood tegen te gaan en die druk van de woningmarkt af te halen. Daarmee kunnen ook de corporaties uw klimaatdoelstellingen in de vastgoedsector helpen, want die huizen moeten energieneutraal gebouwd worden. Ik zeg het een beetje onvriendelijk maar wel helder, kabinet: die 1 miljard in tien jaar vind ik eigenlijk een beetje een beschamende sigaar uit eigen doos.

De motie heb ik hier. Ik ben hier voor het eerst. Ik weet niet hoe het precies gaat, maar die leg ik voor. Ik leg hem hier neer.

Ik sluit af met te zeggen: is Nederland in balans?

De voorzitter:
Sorry. Ik ga uw motie nu eerst voorlezen -- zo gaat het -- en daarna kunt u afsluiten. Ik zet uw spreektijd even stil.

De heer Bruijn (VVD):
Ik geef u het woord weer terug.

De heer Gerbrandy (OSF):
Ik ga afsluiten. Is Nederland in balans? Het kan beter, maar ik denk dat het u moet lukken als u wilt.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Gerbrandy. Blijft u nog even staan. Ik ga u namelijk nog even toespreken, omdat het uw maidenspeech was. Mijn hartelijke gelukwensen met die maidenspeech, als laatste fractievoorzitter van vandaag.

Staat u mij toe om iets van uw achtergrond te schetsen. U bent opgeleid als leraar in de biologie, de natuurkunde en de scheikunde. In die hoedanigheid stond u voor de klas op scholen in Rozenburg, Winterswijk, Drachten en Waskemeer. Geografisch bezien mist alleen Zuid-Nederland nog in dat rijtje. In 1998 maakte u de overstap van het klaslokaal naar het gemeentehuis toen u namens de Fryske Nasjonale Partij wethouder werd van de gemeente Wymbritseradiel. Ik heb er lang op geoefend, hoor. Toen Wymbritseradiel in 2011 deel ging uitmaken van de nieuwe fusiegemeente Súdwest-Fryslân werd u in de gemeenteraad voorzitter van de FNP-fractie. Na twee jaar als raadslid voor de FNP werd u in 2013 de eerste burgemeester van FNP-huize, namelijk van de gemeente Achtkarspelen.

De heer Gerbrandy (OSF):
De tweede.

De voorzitter:
Uhm ... de tweede.

De voorzitter:
Ik kijk even of het klopt, maar het was inderdaad de tweede. Inmiddels bent u president-commissaris van N.V. Fryslân Miljeu, president-commissaris van coöperatie De Fryske Mienskip op Glas en bestuursvoorzitter van Freonen fan Fossylfrij Fryslân. Voor een niet-Fries behoorlijke tongbrekers trouwens.

Zoals het een Fries betaamt, kaatst, schaatst en zeilt u graag. In die laatste sport bent u met enige regelmaat op het podium te vinden. Met uw schip, de Sietse, werd u in 2009 kampioen praamzeilen.

De heer Gerbrandy (OSF):
Wereldkampioen.

De voorzitter:
Wereldkampioen.

De voorzitter:
Wereldkampioen in Fryslân. En mijn leeftijdgenoten vragen zich dan meteen af of er ook een Hielke zou zijn.

Sinds 11 juni bent u namens de Onafhankelijke Senaatsfractie lid van de Eerste Kamer. De OSF vertegenwoordigt sinds 1999 onafgebroken het regionale geluid in deze Kamer. Met uw lidmaatschap kan dat geluid worden voortgezet.

Toen u de gemeenteraad van Súdwest-Fryslân verliet om burgemeester van Achtkarspelen te worden, zei u: "Vertrouw op de kracht van de burger en blijf als overheid betrouwbaar". Een motto dat u meeneemt naar de Eerste Kamer.

Nogmaals, van harte welkom. Of beter: wolkom!

Wenst een van de leden in eerste termijn nog het woord? Dat is niet het geval.

Alvorens te schorsen, meld ik u dat dit het moment is dat alle leden die vandaag hun maidenspeech hebben gehouden, kunnen worden gefeliciteerd. Daar is de hele dag op gewacht. Ik verzoek de heer Cliteur, de heer Rosenmöller, mevrouw Vos, de heer Otten en de heer Gerbrandy zich voor het rostrum op te stellen, zodat alle overige collegae u kunnen feliciteren, maar niet dan nadat ik dat als eerste heb gedaan. Meneer Cliteur, gaat u staan.

Ik schors de vergadering en deze pauze is inclusief dinerpauze.

4/5 december 2017 - H. ten Hoeve
Algemene Beschouwingen Onafhankelijke Senaatsfractie

Voorzitter,

De dinsdagmiddagen van de laatste weken geven mij een plezierig gevoel, niet zozeer omdat er de laatste tijd niet zo heel veel ingrijpende zaken aan de orde zijn, maar vooral omdat wij de gelegenheid krijgen om in kennismakingsgesprekken een eerste contact te hebben met de diverse nieuwe ministers en staatssecretarissen. Die gesprekken verlopen heel prettig en geven een mooie eerste indruk van de personen van de bewindslieden en hun ideeën. Het feit dat vier toch zeker niet gelijk denkende partijen in staat waren om een regering te vormen, ook al duurde dat wel heel erg lang, en eigenlijk toch ook de toon en inhoud van het regeerakkoord stemden mij redelijk positief. Ik zal het niet altijd eens zijn met de regeringsvoorstellen die de komende tijd zonder twijfel op ons af komen, maar ik ben tevreden dat juist deze gemêleerde regering van plan is om grote zaken aan te pakken, de arbeidsmarkt, de pensioenen, het klimaat, niet te vergeten Europa, en ook enigszins de belastingen. Op veel punten moet de concretisering nog volgen, maar ik wens de regering graag toe dat zij tijd van leven krijgt om haar ambities waar te maken.

Niet op alle fronten is er nog sprake van een duidelijk perspectief. Wij zijn opgeschrikt door de grootschalige mestfraude in Brabant en Noord-Limburg. En de grondgebonden boeren, die nu juist niets aan de mestproblematiek toedoen zijn ook opgeschrikt, doordat zij na de rechterlijke uitspraak daarover toch ook over dit jaar hun aandeel in de inkrimping van de veestapel moeten leveren en boetes te verwachten hebben. Ons beleid zet nog steeds in op ingewikkelde regulering om de bijverschijnselen van een meer industriële dan puur agrarische productiewijze de baas te blijven. De overheid kan de bestaande verhoudingen niet van het ene moment op het andere veranderen, maar wat mij ernstig lijkt is vooral dat nog steeds geen duidelijk perspectief wordt geboden op een ontwikkeling, in de richting van een wenselijke, door de overheid gestimuleerde, in klimaat- en milieubeleid passende toekomstige sector, die geen grote schadelijke en dus te reguleren effecten meebrengt. Waarom durft de overheid, en dat geldt ook voor de meeste provincies, geen duidelijke keuzes te maken? Het feit dat Nederland vorige week, met Duitsland, maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld België en Frankrijk, voor de toelating van glyfosaat voor nog eens vijf jaar stemde, onderstreept dat nog eens. Hoe wil de regering de milieugevolgen van zo’n besluit tegengaan?

Overigens, als terloopse opmerking tussendoor: waar de mestfraude vooral speelt, daar speelt ook de productie van drugs een grote rol. Voor een deel ook een soort landbouw en voor een groot deel chemie. Gebieden waar de beide vormen van criminaliteit floreren en waar voor beide bedrijfstakken hulp aanwezig lijkt te zijn vanuit de burgermaatschappij, daar lopen boven- en onderwereld dus door elkaar. Het zou misschien goed zijn deze ontwikkelingen te zien als één complex en als indicatie van het afdrijven van een deel van onze samenleving. Waarschijnlijk op meer plaatsen, maar daar in het bijzonder. Ik denk dat het verstandig is van de regering om te proberen of legalisering van hennepteelt kan bijdragen tot ontcriminalisering van drugsproductie, maar daarmee wordt natuurlijk niet het hele probleem opgelost. Wij blijven voorlopig een land met een onmogelijk groot mestprobleem en een op grote schaal drugs producerend, exporterend en doorvoerend land. Een narcostaat. Hoe ziet de regering dat?

Een vraag aan de regering op een heel ander terrein. Er liggen enkele wetsvoorstellen bij de Tweede Kamer die betrekking hebben op gemeentelijke herindelingen, en waarbij serieus de vraag gesteld kan worden of de regering van mening blijft dat voor herindelingen draagvlak in de gemeenten aanwezig moet zijn. De zinsnede in het regeringsakkoord hieromtrent geeft niet echt uitsluitsel: “ Het is dan (nl. wanneer een gemeente sterk afhankelijk is van gemeenschappelijke regelingen) aan de provincie de herindelingsprocedure op basis van de Wet Arhi te starten”. Wordt hier een opening geboden om eventueel ook zonder zelfs maar enig draagvlak een herindeling tegen de zin van een gemeente in, door te zetten? Als dat het geval zou zijn, hoe erg moet het dan wezen met de afhankelijkheid van de betreffende gemeente? En als een extra vraag, zal het een provincie ook toegestaan worden ondanks eventuele onjuiste gegevensverstrekking m.b.t. de financiële situatie, de bestuurskracht of de bereidwilligheid tot herindeling van een gemeente toch een herindelingsvoorstel tot in de Kamer te krijgen?

En nu het toch over gemeenten gaat, in het regeringsakkoord heb ik een passage gemist over het verschuiven van belastingmogelijkheden van het rijk naar provincie en gemeente. Ik meende dat er brede consensus was over de constatering dat de lokale en provinciale belastingcapaciteiten in internationale vergelijking uitzonderlijk beperkt zijn, dat dit de eigen prioriteitstelling van provincies en gemeenten beperkt en dat er dus wat aan zou moeten gebeuren. Is de regering hier nog mee bezig?

Dan het Koninkrijk, voorzitter. Ik zal de situatie van Sint Maarten verder niet aan de orde stellen, maar ik ben wel van mening dat de hulp aan de wederopbouw zo snel mogelijk van start moet gaan. En eigenlijk begrijp ik niet waarom het zo lang heeft moeten duren terwijl al veel eerder duidelijk was geworden dat de Staten hun regering hadden laten vallen en akkoord waren met de door Nederland gestelde eisen. Was het niet beter geweest als wij getoond hadden dat het ons meer ernst is met de bereidheid tot hulp dan met het verlangen om eerst alle wettige en overtuigende bewijzen te krijgen dat aan onze verlangens zal worden voldaan? Overigens heb ik de indruk dat de staatssecretaris voor koninkrijkszaken oprecht zijn best doet om goede verhoudingen te scheppen. En dat hoort ook zo binnen ons koninkrijk.

Toch is er nog een punt waar wel iets meer aandacht voor mocht zijn. Aruba voldoet nog niet aan de eisen die wij stellen om laagrentende leningen van Nederland beschikbaar gesteld te krijgen. Maar het eiland is tegenwoordig onderworpen aan financieel toezicht, de tekorten zijn flink teruggedrongen, en voor de aanstaande regering is dat ook prioriteit. Als Aruba bij Nederland zou kunnen lenen zou het al een overschot op de begroting hebben. En het kost Nederland niets, want wij kunnen vrijwel gratis lenen. Waarom maakt de minister van financiën geen eind aan deze geldkostende dwaasheid?

Ten slotte, voorzitter, Europa. En wel een delicaat onderwerp, Catalonië. Toen in 1830 Brussel in opstand kwam tegen koning Willem I ontstond in het noorden al snel een sterk nationalistisch gevoel tegen “het muitziek rot der Belgen” en om mee te doen aan de tiendaagse veldtocht was er animo genoeg. Een gelijksoortig nationalisme heeft natuurlijk ook Madrid in zijn greep gekregen, waar de Partido Popular al 10 jaar lang bezig geweest is een al overeengekomen autonomie-overeenkomst met Catalonië onschadelijk te maken. Als Catalonië het stierenvechten verbiedt is de autonomie niet groot genoeg om dat te mogen doen. En het Catalaanse volk mag zich ook geen “natie” noemen want dat doet tekort aan de ene Spaanse natie. En een referendum houden over de door dit Spaanse nationalisme gevoede drang naar dan maar volledige onafhankelijkheid, mag natuurlijk ook niet. Natuurlijk is het niet verstandig om na een toch gehouden maar chaotisch verlopen referendum daadwerkelijk de onafhankelijkheid uit te roepen. En natuurlijk heeft Europa er een zeker belang bij om te blijven volhouden dat Spanje een echte democratie is waar niemand onderdrukt wordt. Maar ik zou toch van de regering wel willen weten of zij het in overeenstemming met de geest van de democratische rechtsstaat vindt dat gekozen parlements- en regeringsleden die lang proberen in onderhandeling te komen met de centrale regering, maar die als alles vruchteloos blijkt, uiteindelijk doen wat hun kiezers onder die omstandigheden van ze verwachten, worden opgesloten en aangeklaagd voor misdaden die tot 30 jaar gevangenisstraf kunnen opleveren. En ik zou ook graag willen horen of de regering van mening is dat een keuze voor onafhankelijkeid, die overigens helemaal niet echt voor de hand ligt – laat ik daar duidelijk over zijn - of die keuze gemaakt mag worden door het Catalaanse volk, of gemaakt moet worden door de Spaanse bevolking in totaal, waarbinnen Catalonië dan maar een minderheid is. Wat is hier democratisch? Of mag die keuze helemaal niet, nooit !, gemaakt worden?

Voorzitter, dat was een lastig onderwerp om mee te eindigen, maar ik wacht graag op de reactie van de minister-president.