Deze website maakt gebruik van cookies. Door uw bezoek gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies.
Uitleg over cookies, met een link naar de pagina met privacy beleid Meer informatie Sluiten

Onafhankelijke SenaatsFractie

De OSF is een platform van onafhankelijke provinciale partijen

Kernwaarden: kleinschaligheid en de menselijke maat.
De politiek bestaat om de burger te dienen en niet andersom.

Dossier Algemene Financiële Beschouwingen

22-11-2016
H. ten Hoeve / OSF
Algemene Financiële Beschouwingen 2016

Voorzitter,

Het kabinet is in een moeilijke periode begonnen, en heeft moeilijke beslissingen moeten nemen, maar eindigt in majeur. De economie groeit, zelfs als beste in de Eurozone, de werkloosheid daalt, zelfs 45 plussers en langdurig werklozen krijgen ietsjes makkelijker een baan. De overheidsfinanciën voldoen nog niet helemaal aan de Europese normen en ook nog niet aan onze eigen doelstelling van een positief begrotingssaldo, maar we zijn wel flink op weg. Dit succes heeft natuurlijk vele oorzaken, maar er moet gezegd worden dat het kabinet ook zeker een duidelijk, op dit resultaat gericht beleid heeft gevoerd. Toch, ik heb vorig jaar in de financiële beschouwingen een aantal kritiekpunten geuit en ik zou ze deze keer allemaal kunnen herhalen.

Heeft de lastenverlichting van 5 miljard van vorig jaar, die vrijwel helemaal naar de werkenden is gegaan, inderdaad gezorgd voor de verbetering in de werkgelegenheid? Of was hetzelfde resultaat bereikt als hetzelfde bedrag evenredig ten goede was gekomen aan werkenden, uitkeringstrekkers, en eenverdienergezinnen? Of zelfs wanneer de schuld verder was afgebouwd? Dat is moeilijk vast te stellen. Dit jaar is er minder uit te delen, maar dat kleinere bedrag wordt wel eerlijker verdeeld over enerzijds een miljard voor noodzakelijke uitgavenstijgingen in de sectoren veiligheid en justitie en zorg waar eerder echt te veel is bezuinigd, en anderzijds koopkrachtinjecties van 1,1 miljard voor een paar anders te veel achter blijvende groepen. Maar daarmee zijn de problemen nog niet opgelost.

  • Het bereiken van een sluitende begroting is naar de volgende kabinetsperiode geschoven. Als wij vorig jaar verstandiger waren geweest dan had dat niet gehoeven. En dit blijft belangrijk, ook al propageert commissaris Moscovici nu ineens voor ons een ruimhartig uitgavenbeleid in plaats van de doelen van het Stabiliteits- en Groeipact.
  • Onze verplichtingen op het gebied van defensie, 2% van het bbp, komen wij nog lang niet na en wij kúnnen dat ook niet in één sprong realiseren. Is er al zicht op de manier waarop en het tempo waarin wij die 2% zullen gaan realiseren? En dan liefst in NAVO maar zeker ook in gecoördineerd EU verband!
  • De koopkracht stimulering, voor ouderen, uitkeringsgerechtigden en huishoudens die door chronische ziekte in een éénverdienerssituatie verkeren, corrigeren natuurlijk nog niet de aanzienlijke voorsprong die in de loop van de jaren is opgebouwd in de fiscale regelgeving, van werkenden t.o.v. niet-werkenden en van tweeverdienersituaties t.o.v. eenverdienersituaties. Die voorsprong wordt niet kleiner maar loopt zelfs nog verder uit.

Daarmee zijn we dan bij het centrale probleem dat ook vorig jaar in de discussie een hoofdrol speelde. Dit kabinet zal er niet veel meer aan kunnen doen, maar het moet wel duidelijk zijn dat wat mijn partij betreft de belastingheffing terug moet naar simpeler en met meer nadruk op draagkracht en minder op gebruik ten behoeve van ideologisch gekleurde beleidsdoelstellingen, en daarnaast ook, wat de vennootschapsbelasting betreft, naar een meer gelijk Europees en liefst mondiaal speelveld en minder ruimte voor concurrentie tussen staten die ten koste gaat van de totale belastingcapaciteit.

  • Simpeler, want eenvoud en begrijpelijkheid werkt meestal per saldo eerlijker dan ingewikkelde regelingen die bedoeld zijn om eerlijk te wezen.
  • Met nadruk op draagkracht in de belasting van de inkomens. Dat de toeslagen gebaseerd zijn op huishoudinkomens in plaats van op individuele inkomens bewijst wel dat voor draagkrachtbepaling eerder naar huishoudens dan naar individuen gekeken moet worden. Wij hebben in de inkomstenbelasting voor een ander systeem gekozen en dat draaien we niet zo maar terug. Maar met collega Schalke en anderen dring ik er op aan om in het huidige systeem in ieder geval tegemoetkoming aan de éénverdienerhuishoudens zichtbaarder te maken. Dat kan door een aanzienlijke en overdraagbare algemene heffingskorting in stand te houden en uit te breiden, meer dan wat nu is voorgenomen. - En dan wat de vennootschapsbelasting betreft. Ook al zien de Belastingadviseurs en VNO-NCW grote problemen wat betreft de Nederlandse concurrentiepositie in het aantrekken van buitenlandse bedrijven wanneer de Europese voorstellen met betrekking tot de Common Consolidated Corporate Tax Base (CCCTB) aangenomen zouden worden, transparantie, ook in het heffen van belasting over winst is maatschappelijk van belang. De schimmigheid waarmee de belastingdruk van grote ondernemingen berekend wordt kan niet tot tevredenheid leiden. Country by country reporting maar ook een common tax base voor Europa vergroot in hoge mate de transparantie. En geeft, waarschijnlijk meer dan met nationale regelingen, de mogelijkheid om het aftrekken van kosten van vreemd vermogen eindelijk uniform in Europa te beperken. Te veel schulden kun je niet van het ene moment op het andere afbouwen, maar fiscaal faciliteren van schulden heeft zijn tijd gehad. Over het consolideren en dan verdelen van winsten over de landen waarin een bedrijf werkt is mogelijk meer te zeggen, maar een winstverdeling via de in OESO verband gepropageerde methode van verrekenprijzen lijkt mij ook niet een altijd even helder uitgangspunt. Misschien wil de minister (of staatssecretaris) nog wat reflecteren op de keuzes die in verband met dit CCCTB in Europees verband gemaakt moeten worden.
Over belastingen tenslotte nog twee opmerkingen. Belastingen moeten dus, anders nu, simpel en naar draagkracht en niet ingewikkeld en om er politieke doelen mee te bereiken. Maar waar de markt niet in staat is aanwijsbare externe effecten te verrekenen in de prijzen, zijn heffingen om dat te compenseren, fiscaal of anderszins, maatschappelijk natuurlijk van belang. En het maatschappelijke belang is ook de rechtvaardiging voor onze heffing op extreme gouden handdrukken die exorbitante afscheidscadeaus voor werkgevers onaantrekkelijk moet maken. De bewindslieden kunnen misschien aangeven in hoeverre deze regeling succesvol is en ook of zij de gedachte zouden kunnen steunen dat de beloningstructuur in ons land aanleiding zou kunnen geven om de regeling uit te breiden naar andere beloningen.

Nog een punt, voorzitter, niet het makkelijkste en eigenlijk buiten de portefeuilles van de minister en de staatssecretaris, maar wel van groot belang in ons sociaal en economisch systeem. Daarom toch kort daarover. De regering zoekt naar moderne vormen van individuele pensioenopbouw met behoud van solidariteit. Maar de voorliggende vraag is of het huidige systeem met de huidige pensioenfondsen zich heeft overleefd of eigenlijk nog best is opgewassen tegen zijn taak. Ik denk dat dit laatste toch eigenlijk het geval is.

Het gebruik van de risicovrije rente voor de berekening van verplichtingen lijkt noodzakelijk omdat de fondsen contractueel aan vaste en te indexeren uitkeringen gebonden zijn. Maar dat is natuurlijk de realiteit niet meer wanneer die uitkeringen feitelijk afhankelijk zijn van de financiële positie van de fondsen zodat dat al geruime tijd leidt tot niet meer indexeren en hier en daar en mogelijk binnenkort nog meer tot het verlagen van pensioenuitkeringen. Wanneer net als bij de premiebepaling gerekend mag worden met prudent bepaalde verwachte rendementen dan is er voor de meeste fondsen geen probleem meer, hoe voorzichtig het verwachte rendement ook benaderd wordt en dus, inderdaad, ook incalculerend dat een deel van het vermogen in waarde zal dalen wanneer de langetermijnrente weer gaat stijgen. Formalisering van wat iedereen weet, dat het pensioenfonds geen garanties kan bieden, en dan niet hoeven rekenen met het onrealistisch strakke rentecorset, betekent dat er niet gekort hoeft te worden, dat er zelfs weer geïndexeerd kan worden zonder aan de toekomst te kort te doen. Ik ben dus zover dat ik hoor tot die “partijen die pleiten voor meer vergaande maatregelen dan het eenmalig verlengen van de hersteltermijn”, om de juist ontvangen brief van de staatssecretaris van sociale zaken te citeren. De regering kiest daar duidelijk nog niet voor, maar mij lijkt het tijd te worden voor een realistische blik.

Voorzitter, er zijn op het gebied van financiën en economie nog genoeg problemen die ik hier niet genoemd heb. Het allerbelangrijkste is toch de doorgaande tweedeling op de arbeidsmarkt. Ik denk, ook al blijkt dat nog niet, dat de Wet Werk en Zekerheid en zelfs ook de Wet DBA een bijdrage kunnen leveren aan stabiliteit op de arbeidsmarkt. Over de toekomst van de Wet DBA hoor ik graag nog wat van de staatssecretaris. Maar om deze wetten goed te laten functioneren is er daarnaast natuurlijk nog veel meer nodig, op fiscaal gebied, op arbeidsrechtelijk gebied, op sociale zekerheidsgebied. Dit kabinet zal daar niet veel meer aan doen, maar ook hier zou ik benieuwd zijn naar de gedachten van minister of staatssecretaris.

Ik verwacht graag de beantwoording van de bewindslieden.

Locomotie

Blijf ook op de hoogte van de ontwikkelingen van de onafhankelijke politiek.
Abonneer je nu en ontvang Locomotie levenslang gratis in de bus. >