|
'Kiezersbedrog en een misselijk makende vertoning, die de burger het laatste restje vertrouwen in politiek en overheid - voorzover nog aanwezig - voorgoed doet verliezen'. Harde woorden van Statenlid Johan Robesin (Partij voor Zeeland -PvZ) over plannen van GS van Zeeland om aanleg van getijdennatuur in het middendeel van de Westerschelde door te laten gaan.
Via schriftelijke vragen, dd 18 januari, wijst Robesin erop dat de plannen voor Waterduinen (Breskens) en Perkpolder in feite ontpoldering betekenen. Daarmee gaat GS voorbij aan de wens van de Staten om niet te ontpolderen. PvZ vindt verder dat de noodzaak voor drieduizend hectare natuurherstel, die nodig zou zijn tot 2030 eerst wetenschappelijk moet worden aangetoond.
De ingediende vragen:
Schriftelijke vragen conform Art. 44 van het Reglement van Orde van het Statenlid voor de Partij voor Zeeland (PvZ), Johan Robesin, m.b.t. stand van zaken natuurherstel Westerschelde/langetermijnvisie.
Toelichting
Op 18 december heeft de Tweede Kamer ingestemd met de ratificering van de Scheldeverdragen.
Tevens werd besloten (motie Koppejan) om een onafhankelijke commissie onderzoek te laten doen naar alternatieven voor gedwongen ontpoldering. Uw college stelt vast dat "de Tweede Kamer nu onherroepelijk heeft ingestemd met het inrichten van
600 ha estuariene natuur".
Intussen blijft de rijksprojectenprocedure van kracht voor de Hedwige/-Prosperpolder en Het Zwin; voorbereidende werkzaamheden voor besluitvorming zullen doorgaan en het daadwerkelijk realiseren van mogelijke alternatieven kan pas als Vlaanderen daarmee instemt. Uiterlijk in maart 2009 moet dat huiswerk verricht zijn. Het samenstellen van de "commissie alternatieven" is een aangelegenheid van de Rijksoverheid. Het Ministerie van LNV zal ook op dit punt zorgen voor afstemming met Vlaanderen. Het convenant rijk-provincie en alle daarbij gemaakte
afspraken blijven overeind, d.w.z. dat beide partijen zorgen voor de invulling van elk 300 ha estuariene natuur. Daarmee is de kous af.
Het moet een hele opluchting zijn voor het College, dat aan deze stand van zaken, na een lange periode van opgebouwde politieke en maatschappelijke weerstand tegen ontpoldering, niet meer te tornen valt. De Provincie gaat rustig verder waar ze gebleven was toen de commotie in alle hevigheid losbarstte en daarmee komen de Van Hattum-, Zuid- en Everingepolder bij Ellewoutsdijk en de Eendragt- en Hellegatpolder westelijk van Terneuzen opnieuw in beeld als mogelijkheden (zoekgebieden) voor het creëren van zilte natuur. Ontpoldering dus.
Opnieuw komt ook het gegeven van de circa 3.000 ha voor de langere termijn ter tafel. Een getal dat onze fractie "niet te pas en te onpas" mocht noemen.
Onze fractie is altijd optimistisch geweest in dit dossier, rook op een bepaald moment zelfs de overwinning, ondanks de aansporing van Gedeputeerde Wiersma om vooral niet te vroeg te juichen. Wij wilden het nog niet begrijpen, maar kunnen nu niet anders meer.
De pap was al gestort; een kwestie van "uitharden". Wat daarna moest volgen was slechts theater. Niet eens op het scherp van de snede. Een listig spel om de indruk te vestigen dat "er alles aan gedaan was.." De druk van de verkiezingen was immers voorbij en "groen" zat op een stevige plek in de coalitie. Wat zou er dan nog mis kunnen gaan? Dus toch maar die 3.000 ha voor de langere termijn genoemd. Zonder ontpol-dering een moeilijk verhaal, dus dan maar meteen het ontpolderingsspook weer oproepen. Kan men alvast weer een beetje wennen aan waar het eigenlijk om moest (blijven) gaan. Alternatieven? Recept Majers? Wie heeft er echt vertrouwen in, dat er oplossingen worden aangedragen, die innovatief en toekomstgericht zijn zonder de op hol geslagen waanzin van natuurlijkheid ten koste van kustveiligheid en waardevolle landbouwgronden?
Onze fractie kan deze gang en stand van zaken slechts het predikaat "kiezersbedrog" toekennen. Een misselijk makende vertoning, die de burger het laatste restje vertrou-wen in politiek en overheid - voorzover nog aanwezig - voorgoed doet verliezen.
Vragen
• Er is intussen zoveel kostbare tijd verstreken. Waarom is Uw College niet verder gekomen dan zoekgebieden als Braakman-Noord, Perkpolder en Waterdunen bij Breskens?
• Waarom geen aandacht voor innovatieve opties als eilanden in het voorgebied van de Westerschelde? (zie onze eerder gestelde schriftelijke vragen op dit punt)
• Waarom duiken opeens weer de "oude" zoekgebieden op? Hadden wij die niet voorgoed buiten (ontpolder)schot gesteld? Waarom die 3.000 ha opnieuw genoemd?
• Is het Uw College intussen niet voldoende duidelijk geworden, dat Braakman-Noord op fundamentele bezwaren stuit bij o.a. Dow Benelux NV en het Waterschap Zeeuws-Vlaanderen?
• Zowel Waterdunen als Perpolder zijn ontpolderplannen. Bij Perkpolder is zelfs een gat in de primaire zeewering gepland van 400 meter breed. Het College en Provinciale Staten hebben zich toch uitgesproken tegen ontpoldering? Hoe valt dit dan te rijmen? Bovendien zitten die plannen economisch nog barstensvol voetangels en klemmen.
• U verwijst het door de Stichting Levende Delta aangedragen alternatief (cyclische verjonging van buitendijkse schorgebieden) naar de "commissie alternatieven". Waarom gebruikt u deze zeer innovatieve technologie niet voor de realisatie van Uw eigen natuuraandeel. U voert daar immers zelf de regie over?
• Waarom laat Uw College niet eerst de WETENSCHAP vaststellen wat voor nu en de lange termijn het verstandigst is. Ecologisch, biologisch, waterstaatkundig, technologisch enz. Het wemelt van de zinvolle, achtenswaardige publicaties, "Delft"-kennis. Eerst leren dan buiten spelen, zou het motto moeten zijn. Goed voorbeeld is nog altijd de Oosterscheldecommissie. Waarom komen alleen de verstarde en halsstarrige filosofieën van de groene lobby aan bod? Is men ziende blind en laat men het maar gebeuren - ook Uw College - dat ons land steeds dichter bij de afgrond komt?
|