De OSF Inbreng OSF inbreng Belastingwetten 2010
OSF inbreng Belastingwetten 2010 PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door MichielvanHarten   
woensdag, 23 december 2009 07:54

De OSF, die 22 december 2009 mede namens D66 inbreng leverde, is in hoofdlijn positief over het Belastingplan 2010 en enkele begeleidende wetsvoorstellen. Kritische opmerkingen waren er wel over enkele minder duidelijk uitgwerkte maatregelen richting MKB die gevoelig kunnen blijken voor misbruik, of neigen naar ‘staatssteun. Verder heeft de OSF kritiek op de afschaffing van de vliegbelasting, en een reeks technische vragen gesteld over diverse onderdelen van de belastingwetten. 

  Inbreng van de fracties van OSF en D66, 22 december 2009, H. ten Hoeve,
m.b.t. het belastingpakket 2010, de wetsvoorstellen
32128  Belastingplan 2010
32129  Overige fiscale maatregelen 2010
32130  Fiscale vereenvoudigingswet 2010
32031  Implementatie horizontale richtlijn accijns.
32132  Afschaffing vliegtuigbelasting
32133  Fiscale onderhoudswet 2010

 

 Voorzitter,

Alhoewel er deze week in dit ene belastingpakket aanzienlijk meer wetsvoorstellen aan de orde zijn dan verleden week met de successiewet en de stapel papier die er deze week mee gemoeid is vrij precies overeenkomt met de stapel die ik voor verleden week verzameld had, ben ik inhoudelijk met het belastingpakket van vandaag toch sneller klaar dan met de successiewet van verleden week. De hoofdzaak van de wetgeving stemt tot tevredenheid, want de drie hoofdlijnen zijn, in willekeurige volgorde,
- vereenvoudiging,
- vergroening, waar op een enkel punt nog wel een opmerking bij te maken is,
- extra facilitering van ondernemingen, maar daar komen wel wat bedenkingen bij, vooral omdat juist hier weer, net als verleden week, vooral de tweede kamerbehandeling de zaak heeft gecompliceerd.

De vereenvoudiging is vooral te vinden in de kleine banenregeling van jongeren, in de werkkostenregeling, en ook in de uniformering van het partnerbegrip. 

Banenregeling

Bij heel kleine banen, zoals die bij nog studerende of startende jongeren veel voorkomen, is voor de schatkist en de sociale fondsen maar weinig te halen. Vrijstelling van premieheffing en bijdrage zorgverzekeringswet lijkt dus aantrekkelijk en het oorspronkelijke idee om ook de heffing van loonbelasting en premies volksverzekeringen met ingang van 2011 achterwege te laten leek ons ook aantrekkelijk. Ook al meldt de staatssecretaris uitdrukkelijk dat het hier gaat om een crisismaatregel tegen de jeudwerkloosheid, ons lijkt het motief van vereenvoudiging hier minstens evenzeer op zijn plaats, want juist dat werkt natuurlijk ook gunstig in op de werkgelegenheid van jongeren. De uitbreiding van de maatregel zoals die in het oorspronkelijke voorstel per 1 jan 2011 zou gaan gelden mag dus wat ons betreft wel opnieuw in discussie gebracht worden. De vraag is nu alleen of realisatie in 1011 nog wel mogelijk is, nu eerst nog een eventueel nieuw besluit over genomen moet worden. Ik hoor graag het commentaar van de staatssecretaris hierover. Want, is de staatsecretaris van plan met deze regeling verder te gaan, of geeft hij het op? Voor de duidelijkheid, het is daarbij onze bedoeling niet voor de betreffende jongeren de nu geldende verplichte collectieve verzekeringen om te zetten in een keuzeaanbod om vrijwillig deel te nemen. Nee, het is uitsluitend de bedoeling om overbodige, nauwelijks iets opleverende rompslomp te vermijden en daarmee deze categorie jongeren een extra concurrentievoordeel op de arbeidsmarkt te geven.

Werkostenregeling

Dan de werkkostenregeling. Het toepassen van forfaits is een heel bruikbare methode om al te veel detaillering te vermijden in de gegevens die gebruikt moeten worden, en dus ook zo nodig gecontroleerd moeten worden. Het is jammer dat er voorlopig nog met een keuzesysteem, dus met twee systemen tegelijk gewerkt moet worden, maar wij zijn graag voorstander van de overgang naar de nieuwe regeling, waarbij de vergoedingen niet meer geïndividualiseerd hoeven te worden. Wel blijft het van belang om in de gaten te houden of de ruimte van 1,4% op de totale loonsom niet te veel opgaat aan extra vergoedingen voor enkelen. Uit de memorie van antwoord heb ben wij wat de indruk gekregen dat er wat dit betreft vertrouwd gaat worden op een soort piepsysteem en dat zou wel kunnen leiden tot veel pogingen tot misbruik. Wat voor mogelijkheden zijn er om daar iets meer consequent het oog op te houden, of ziet de staatssecretaris hier weinig risico? Wij zijn niet erg onder de indruk van het, heel andere, risico, dat door de reis- en eventbranche wordt opgepoetst, nl. dat er minder personeelsreizen en events georganiseerd gaan worden. Dat zij dan maar zo. Als de barrière van 1,4% in de regeling leidt tot een gelijkmatiger of zelfs matiger inzet van allerlei extra vergoedingen hoeft dat niet in alle opzichten ongunstig te zijn .

Uniformering partnerbegrip

En verder is nog een vereenvoudiging te vinden in de uniformering, zo veel als mogelijk, van het partnerbegrip. Wij zijn tevreden over de standaardisering van het partnerschap en het feit dat meer stabiliteit in de fiscale invulling van het begrip ontstaat. Dat is beter dan elk jaar opnieuw een vrije keuze te laten waarbij de berekening van het grootste financiële voordeel voor de belastingplichtige het criterium is in plaats van de aard van de relatie.

Vergroening

De vergroening in de BPM en de motorrijtuigenbelasting is een voortgaan op de ingeslagen weg. En omdat wij dat telkens de goede weg hebben gevonden hoeft daar niet veel over gezegd te worden. Hoogstens dit, dat het verstandig is dat het kabinet ook expliciet rekening houdt met een latere invoering van de kilometerheffing. Want grote projecten, en dat is de kilometerheffing, zijn al te vaak op een fiasco uitgelopen, dus wij blijven wat sceptisch over de afloop. Op de vliegtuigbelasting kom ik nog terug.

 MKB regelingen

Dan, voorzitter, de vlieg in de soep. Wij maken het voor het bedrijfsleven en in het bijzonder het midden- en kleinbedrijf zo makkelijk mogelijk. Een hele reeks van belastingfaciliteiten is daarvoor beschikbaar en wordt ook dit jaar weer uitgebreid. De successiewet levert daar een flinke bijdrage aan, maar verder ook de doorschuifregelingen in de IB, de zelfstandigenaftrek, de verhoging van de winstvrijstelling, de afschaffing van het urencriterium daarbij, de nu tot innovatiebox verruimde octrooibox, de verruimde aftrek van kleinschalige investeringen. En dan tenslotte de bij amendement ingesluisde korting in de IB voor MKB beleggingen en daar tegenover de toeslag bij te spoedige verkoop van die zelfde beleggingen. Ondernemingszin stimuleren is mooi en het MKB extra ondersteunen is nuttig en het is ook waar dat er uit winstinkomen meer verplichtingen gedekt moeten worden dan uit looninkomen. Maar overdrijven is nooit goed. Onze bezwaren tegen het vrijwel volledig vrijstellen van ondernemingsvermogen in erf- en schenkbelasting hebben wij vorige week duidelijk gemaakt, nu komt daar dus deze extra IB korting bij, die weer (vorige week hadden we zulke gevallen ook) door de staatssecretaris zelf voor buitengewoon lastig uitvoerbaar wordt gehouden en uitdrukkelijk is ontraden. Onduidelijk, risico van misbruik en mogelijke staatssteunaspecten. Hoe gaat de staatssecretaris hier nu mee verder? Wanneer kan dit punt, dat nu dus wel in de wet wordt opgenomen, verantwoord ingevoerd worden?

Vliegtax

Dan de vliegbelasting voorzitter. Alhoewel het kabinet de doelstellingen nog steeds onderschrijft stelt het toch voor om de wet in te trekken. Dat is wat anders dan het op conjuncturele gronden voorlopig op 0 zetten van deze belasting. Hier wordt door het kabinet voor iedereen duidelijk de conclusie getrokken dat iets wat wij wel willen, niet door ons alleen bereikt kan worden. Dat gevoel was telkens ook wel wat aanwezig en is bij de introductie twee jaar geleden in deze kamer natuurlijk ook uitdrukkelijk aan de orde geweest. Het aannemen van de wet is van diverse kanten vergezeld gegaan door de aanmaning om te proberen gezamenlijk met andere Europese landen de gewenste maatregelen te nemen. Wat er nu na twee jaar uitkomt is een prachtig voorbeeld dat Alleingang mislukt en dat maatregelen op een hoger, dus Europees niveau echt noodzakelijk zijn als wij bij een zo internationaal bedrijf als de luchtvaart de externe kosten in rekening willen brengen. En dat willen wij dus wel, en het kabinet ook nog steeds, gelet op wat het schrijft. En alleen met de CO2 emissiehandel zal dat niet lukken en zal ook geen gelijk speelveld met andere vervoersmodaliteiten ontstaan. Bij de constatering van het kabinet dat het de doelstellingen van de vliegbelasting nog altijd “onverkort onderschrijft” hoort dus ook de conclusie dat het kabinet bereid is om in Europees verband actief te streven naar een regeling die er op gericht is om deze doelstellingen te realiseren. Is het kabinet van plan om zich daar actief voor in te zetten? Wat ons betreft hangt daar ook van af hoe de afschaffing van de vliegbelasting beoordeeld moet worden. Gaan we hetzelfde nu op een betere manier proberen, of laten we het er bij zitten.

Overige thema's

Twee losse vragen voorzitter, n.a.v. brieven die net nog zijn binnen gekomen.
- Is de nieuwe bepaling dat isolatieglas niet meer zal vallen onder het nog maar sinds een half jaar verlaagde btw tarief voor isolatiewerkzaamheden aan woningen, niet een voorbeeld van te snel en voor de betrokken bedrijven nogal ingrijpend wijzigen van regelgeving? Is daar een goede reden voor?
- Nu een amendement is aangenomen dat gevaarlijk afval onder het reguliere, c.q. hoge storttarief brengt (weer een amendement overigens dat vervelende gevolgen kan hebben en tegen de zin van de staatssecretaris is aangenomen), geldt nu nog de regeling van art. 28 van de Wet belasting op milieugrondslag dat een niet-herbruikbare en niet-verbrandbare afvalstroom als “monostroom” onder het lage tarief kan worden gebracht?

En ten slotte, voorzitter, nog enkele algemene opmerkingen. Wij zijn ons bewust dat ook over het belastingstelsel in de loop van het volgende jaar adviezen zullen verschijnen die daarna een politieke beoordeling zullen vragen, eerst van het kabinet en daarna ook van de kamers. Een klein voorschot daarop
- In eerdere debatten hebben we duidelijk gemaakt dat onze fracties voorstander zijn van een inkomstenbelastingstelsel van, in principe, een vlaktaks, maar aangevuld met een hoge heffing over hoge inkomens. Dat is de meest directe en effectieve manier om duidelijk te maken wat onze maatschappij bereid is te beschouwen als redelijk en wat als in wezen maatschappelijk gezien onredelijk. Dat zou de ingewikkelde regelgeving die de laatste tijd is ontworpen overbodig moeten maken.
- Zowel in de IB als in de vennootschapsbelasting zou er naar gestreefd moeten worden de bevoordeling van vreemd vermogen boven eigen vermogen, het stimuleren van het aangaan van schulden, uit de systematiek te verwijderen.
- Bij alle te nemen beslissingen zou mee moeten spelen de afweging hoe op termijn gekomen kan worden tot Europese harmonisatie van uitgangspunten bij vergelijkbare belastingen.

De beide eerste punten komen volgend jaar wel aan de orde. Van het laatste punt zou ik graag van de staatssecretaris horen of hij het daar mee eens is.


 

Laatst aangepast op woensdag, 23 december 2009 08:16