De OSF Inbreng Kritiek op gemeentelijke herindeling Rozenburg bij Rotterdam
Kritiek op gemeentelijke herindeling Rozenburg bij Rotterdam PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door MichielvanHarten   
maandag, 14 september 2009 08:53

Rozenburg heeft geen bestuurlijk voordeel van een herindeling bij de gemeente Rotterdam, maar de kosten van deze herindeling zijn hoog. De OSF stelde kritische vragen in de commissie Binnenlandse Zaken op 8 september.  

 

 Inbreng m.b.t. wetsvoorstel  31916  Herindeling van de gemeenten Rotterdam en Rozenburg, H. ten Hoeve, 8 september 2009

De fractie van de OSF heeft met enige verbazing kennis genomen van dit wetsvoorstel. Het komt haar voor dat de procedure waarlangs het wetsvoorstel tot stand is gekomen niet vlekkeloos is geweest en zij heeft daarover dan ook nog enkele vragen.

Volgens het beleidskader gemeentelijke herindeling is het allereerst de verantwoordelijkheid van een gemeente om voordat ingestemd wordt met een gemeentelijke herindeling zich te vergewissen van voldoende maatschappelijk draagvlak. Moet het dan niet als verwijtbaar gezien worden dat door de gemeenteraad van Rozenburg een in mei 2008 genomen besluit om over een mogelijke herindeling een referendum te organiseren in september weer werd ingetrokken?  Dit terwijl bovendien de aan de inwoners geboden informatie (gemeenteblad en informatieavond op 21 januari 2009) door veel inwoners blijkbaar als summier ervaren werd en in ieder geval weinig gelegenheid tot open discussie bood?

Het afzien van het voorgenomen referendum lijkt vooral veroorzaakt te zijn door de druk vanuit de provincie om per se op de gemeenteraadsvergadering van 10 juli 2008 tot  beslissingen te komen. Moet zulke pressie, onder dreiging van het overnemen van de regie in de besluitvorming, ook niet gezien worden als een afwijking van behoorlijke omgangsvormen en dus als tekortkoming in de gevolgde procedure?

Is het niet afwijkend van de gebruikelijke gang van zaken dat de zienswijze van GS m.b.t. het herindelingadvies van de beide betrokken gemeenten niet behandeld is in PS?  Is dat niet (zij het niet formeel) een omissie in de gevolgde procedure?

In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel wordt onder punt 4 Toets aan het beleidskader gemeentelijke herindeling en coalitieakkoord, de suggestie gewekt dat de gemeente Rozenburg in bestuurskracht tekort schiet, en dat de herindeling het middel moet zijn om dit probleem op te lossen. Is het niet zo dat juist alle in de bestuurskrachtmeting van 2007 geconstateerde tekortkomingen door de gemeente Rozenburg intussen zijn verholpen dan wel weerlegd? Als dat het geval is, is dan niet de conclusie dat het tekort aan bestuurskracht in redelijkheid niet meer als motief voor herindeling kan worden opgevoerd?

De in het wetsvoorstel opgenomen datum van herindeling, die expliciet afwijkt van wat de Wet Arhi voorschrijft, vormt natuurlijk ook een afwijking van wat in herindelingprocedures gebruikelijk is. Ondanks het feit dat de gemaakte keuze (zeker vanuit het standpunt van Rotterdam) niet onbegrijpelijk is kan dit tot (ernstige?) administratieve en begrotingstechnische problemen leiden. Is de snelheid van realisatie het nemen van dergelijke risico’s wel waard?

Tenslotte. Natuurlijk is het aan de betrokken gemeenten om conclusies te trekken, maar vindt de regering ook niet dat nu er, enerzijds, geen gebrek aan bestuurskracht is en de financiële positie van de gemeente Rozenburg zeer gunstig is, en, anderzijds, bij de gekozen vorm van herindeling een structureel verlies van € 900.000 per jaar aan algemene uitkeringen Gemeentefonds (voor de beide betrokken gemeenten gezamenlijk) optreedt, de gemaakte keuze weinig voor de hand ligt?

Laatst aangepast op donderdag, 01 oktober 2009 15:30