Bij
de behandeling van de grondwetsherziening van 1848 werd gesteld dat de
kracht van de Eerste Kamer niet moest worden gezocht in het goede dat
zij zou stichten, maar in het feit dat zij het kwade kon voorkomen......

Geschiedenis van de Eerste Kamer
De
Eerste Kamer is in 1815 ontstaan. Aanvankelijk werden de leden benoemd
door de koning. Sinds 1848 kiezen de leden van Provinciale Staten de
Eerste-Kamerleden.
In 1917 werden de vereisten voor het lidmaatschap
van Tweede en Eerste Kamer gelijk en in 1922 werd ook bij de
Eerste-Kamerverkiezingen het stelsel van evenredige vertegenwoordiging
ingevoerd.
De discussies over staatrechtelijke vernieuwing in de
jaren zestig en zeventig leidden niet tot een wezenlijke verandering in de positie van de Eerste Kamer.
Alleen
wordt vanaf 1983 de Eerste Kamer niet langer voor zes jaar (met
vernieuwing van de helft om de drie jaar), maar voor vier jaar in haar
geheel gekozen, waardoor zij soms een actueler beeld van de politieke
voorkeur van de kiezers geeft dan de Tweede Kamer.
Wat doet de Eerste Kamer?
De
taken van de Eerste Kamer liggen vooral op het gebied de wetgeving,
maar ook bij het controleren van de regering heeft zij een rol.
Formeel
beschouwd kan de Eerste Kamer wetsvoorstellen alleen verwerpen of
aannemen. In de praktijk heeft ze echter nog wel wat meer mogelijkheden
en zijn debatten van belang. Want uitspraken van bewindslieden in die
debatten over een wetsvoorstel kunnen namelijk een rol spelen in
toekomstige rechtszaken. Het debat in de Eerste Kamer maakt namelijk
onderdeel uit van de wetsuitleg. Verder kunnen Eerste-Kamerleden de
bewindslieden toezeggingen ontlokken over de toepassing van de wet.
Als
de Eerste Kamer dreigt een wetsvoorstel te verwerpen, zal een minister
of staatssecretaris (eventueel na kabinetsberaad) geneigd zijn de Kamer
tegemoet te komen. Een bewindspersoon neemt soms zelf het initiatief
het wetsvoorstel te repareren door een wijzigingsvoorstel in te dienen.
Zo'n tweede wetsvoorstel heet een novelle.
Ten slotte komt
het ook wel eens voor dat de Eerste Kamer zoveel kritiek op een
wetsvoorstel heeft, dat de regering het niet meer op stemming laat
aankomen en het voorstel maar intrekt.
Overigens
zwicht de Eerste Kamer op haar beurt - na afweging van voors en tegens
- wel eens voor de druk van de regering. Die kan namelijk dreigen af te
treden indien de Eerste Kamer een wetsvoorstel zou verwerpen. Meestal
neemt de Eerste Kamer het voorstel dan toch maar aan. Ook wil de Eerste
Kamer geen onnodige spanningen veroorzaken tussen de beoordeling en
afhandeling in beide Kamers.
De leden van de Eerste Kamer kunnen, net als de Tweede-Kamerleden, (schriftelijk) vragen stellen aan de regering.
Bij de behandeling van de begroting kan de Eerste Kamer met bewindslieden debatteren over het lopende en toekomstige beleid.
Waarin verschillen Eerste en Tweede Kamer?
Tweede-Kamerleden
zijn fulltime beroepspolitici, terwijl Eerste-Kamerleden
deeltijdpolitici zijn, die dikwijls nog andere functies bekleden. Zij
krijgen een vergoeding die ongeveer een kwart bedraagt van die voor de
Tweede-Kamerleden.
De Tweede Kamer houdt zich verder vooral bezig met de dagelijkse
politiek, roept ministers ter verantwoording, doet uitspraken over nieuw beleid en behandelt wetsvoorstellen gedetailleerd.
De
Eerste Kamer staat, ook al omdat de politieke fracties formeel niet aan
een regeerakkoord zijn gebonden, verder af van de dagelijkse politiek.
Zij houdt zich alleen bezig met de hoofdlijnen van beleid. Zij kan wat
onafhankelijker opereren dan de Tweede Kamer.
Ten aanzien van de
wetsvoorstellen heeft zij een heroverwegende functie. De Eerste Kamer
heeft niet het recht om wetsvoorstellen te wijzigen (het recht van
amendement). Zij stemt alleen over het voorliggende wetsvoorstel en kan
dit uitsluitend aannemen of verwerpen.
Ook
mondelinge beantwoording van vragen komt in de Eerste Kamer niet voor.
Van het recht om schriftelijke vragen te stellen, maken de leden van de
Eerste Kamer veel minder gebruik dan die van de Tweede Kamer.
Ten slotte heeft de Tweede Kamer - met name de laatste jaren - meerdere malen gebruik gemaakt van haar recht van
enquête, terwijl de Eerste Kamer dat nog nimmer heeft gedaan.
Waarom zijn er twee kamers?
In
1815 werd met de komst van de Eerste Kamer het tweekamerstelsel
ingevoerd. De Eerste Kamer bleef, ondanks de kritiek die soms op haar
bestaan en functioneren werd uitgeoefend, daarna gehandhaafd.
In de
loop der tijden raakten steeds meer partijen overtuigd van het nut van
een tweede instantie, die na de Tweede Kamer, wetsvoorstellen,
uitgaande van eigen criteria, beoordeelt.
Het
wetgevende proces kan namelijk vrij langdurig zijn. Soms kost het wel
vijf of zes jaar voor een wetsvoorstel wet is geworden. Regering en
Tweede Kamer wijzigen in de loop van dat proces vaak de tekst van een
wetsvoorstel.
Daarbij moet bedacht worden dat de Raad van State alleen advies uitbrengt over de tekst van het
oorspronkelijke voorstel.
Verder
kunnen tijdens de behandeling nieuwe inzichten naar voren komen. Dat
alles maakt heroverweging nodig. Die heroverweging is vooral gericht op
de vraag of het uiteindelijke voorstel kwalitatief wel goed genoeg is,
of er geen strijdigheid is met Grondwet of internationale verdragen en
of de rechten van de burgers niet onevenredig worden geschaad en of het
geheel betaalbaar blijft.
Hoe is de Eerste Kamer ontstaan?
De
Eerste Kamer bestaat al sinds 1815. In dat jaar werd zij ingesteld door
koning Willem I. In 1815 werden Nederland en België verenigd en vooral
de Belgen drongen aan op invoering van een tweekamerstelsel.
De
Eerste Kamer diende in het begin van haar bestaan als bolwerk rond de
Kroon (daarmee worden koning en ministers bedoeld). Zij kon alle voor
de koning onwelgevallige wetsvoorstellen alsnog tegenhouden. Het ging
daarbij vooral om initiatiefvoorstellen van de (toen ook indirect)
gekozen Tweede Kamer.
De leden werden niet gekozen, maar waren vertrouwelingen van de koning, die door hem voor het leven werden benoemd.
Na
de afscheiding van België in 1830 bleef de Eerste Kamer gehandhaafd. In
1848 veranderde er echter veel op staatkundig gebied door de invoering
van een nieuwe Grondwet. Ook de positie van de Eerste Kamer en de eisen
voor verkiesbaarheid wijzigden. De taak van de Eerste Kamer zou na 1848
geleidelijk meer op het gebied van de bewaking van de kwaliteit van de
wetgeving komen te liggen; zij werd, als laatste beoordelende instantie
in de wetgeving, een 'Kamer van heroverweging', een 'Chambre de
reflection'.
Wat doen Eerste-Kamerleden?
De
belangrijkste taak van Eerste-Kamerleden is het beoordelen van
wetsvoorstellen. Om tot een goed oordeel te komen lezen zij officiële
stukken, brieven, rapporten en kranten- en tijdschriftartikelen.
Voorafgaand aan de behandeling van een wetsvoorstel worden soms
honderden brieven aan de leden gestuurd.
Ook voeren
Eerste-Kamerleden intern en extern overleg. Intern overleg vindt vooral
plaats in de eigen fractie en in de commissies. In de commissies wordt
onder meer de te volgen procedure besproken.
Extern
overleg wordt gevoerd met organisaties en burgers. Soms worden
bezoekers of delegaties ontvangen en in bijzondere gevallen kan een
kamercommissie besluiten een hoorzitting te houden.
Eerste-Kamerleden
mogen verder schriftelijke vragen aan de regering stellen over
onderwerpen die niet direct met een wetsvoorstel te maken hebben. Van
dit recht maken zij echter maar beperkt gebruik. Controle van het
actuele regeringsbeleid is - zo wordt algemeen gevonden - in de eerste
plaats een zaak van de Tweede Kamer.
Bovenstaande tekst is geheel ontleend van de volgende url:
http://www.dds.nl/~1ekamer/9202000/f/contact5.htm
|