logoosftoplsocial

osfyoutube

locomotie-46-160

woensdag, 28 december 2011 10:56

Vergadering 20 december 2011 Wet versterking Nederlandsche Bank en Autoriteit Financiële Markten (32.782)

De heer De Lange (OSF): Voorzitter. In eerste termijn heb ik, mede namens de fractie van 50PLUS, dit wetsvoorstel een monstrum genoemd en wel om vele redenen. De staatssecretaris is er met zijn antwoorden, waarvoor ik hem overigens bedank, niet in geslaagd om onze fracties op enigerlei wijze te overtuigen. De mantra dat werken boven een uitkering gaat en moet gaan, wordt, hoewel deze door niemand in dit huis op enig moment is weersproken, tot vervelens toe herhaald. Over alle essentiële maatregelen op het gebied van de werkgelegenheid die nodig zijn om ervoor te zorgen dat mensen van een uitkering naar werk migreren, wordt in dit wetsvoorstel helemaal niets gezegd. Deze maatregelen worden allemaal verschoven naar toekomstige wetsvoorstellen. Er worden toespelingen gemaakt en vage toezeggingen gedaan. Dit vergt een geloof in de komende wetsvoorstellen op deze essentiële punten. Onze fracties bezitten dat geloof niet.

Nederland is een land van slechts twee dimensies. Er is veel literatuur geschreven over het feit dat dit de visie van de Nederlander behoorlijk beperkt. Dat is ook zo, denk ik. Dit wordt des te erger als wij kiezen voor een bespreking van een wetsvoorstel in termen die eendimensionaal zijn. Daarover spreken wij hier. De woorden "financiële prikkels" worden herhaald met een intensiteit waar je beroerd van wordt, zonder dat wordt beseft dat er, om mensen met een uitkering aan het werk te krijgen, verschrikkelijk veel meer nodig is dan financiële prikkels. Door zeer veel sprekers is dit naar voren gebracht. Zonder alle argumenten te herhalen -- het zijn overigens argumenten die ik van harte deel -- wil ik onderstrepen dat ik mij ernstig verzet tegen de eendimensionale kijk op de zaak dat financiële prikkels alle verschil maken. Het heeft helemaal niets te maken met sociologische werkelijkheden. Het is een illusie die ons samenleving duur te staan zal komen. Wat offeren wij op aan dit eendimensionale beeld? Wat kost het ons? Sommige jongvolwassenen zijn veel zelfstandiger dan anderen en dit wordt door het wetsvoorstel aangemoedigd en bevestigd. Ik zou het bijna orwelliaans willen noemen. Dit leidt tot stigmatisering, zoals ik  in eerste termijn al heb gezegd. Jongvolwassenen worden in de context van hun eigen familie aan de ontbijttafel ter verantwoording geroepen over allerlei zaken. Dat is niet alleen een bijkomstigheid van het wetsvoorstel; het is zelfs de bedoeling dat dit gebeurt. Vervolgens komt er huisbezoek -- een eufemisme waarbij ik de werkelijke term maar niet zal vermelden -- controle en financiële sancties. Ik gebruikte zojuist het woord orwelliaans niet geheel toevallig. Ik denk dat alle maatregelen die genomen worden ten aanzien van deze mensen die er toch al niet riant bij zitten, inderdaad een orwelliaans beeld bij ons allen oproepen. Misschien niet bij ons allen, maar toch wel bij 37 van de 75 mensen in dit huis.

Het mensbeeld waarvan in het wetsvoorstel wordt uitgegaan, betreur ik. In eerste termijn heb ik al namens beide fracties gezegd dat wij te maken hebben met een wetsvoorstel dat met veel stok en weinig wortel de weerspannig geachte uitkeringstrekkers de nauwelijks bestaande arbeidsmarkt proberen op te jagen. Ik had gehoopt dat dit beeld zou worden gemodificeerd door de antwoorden van de staatssecretaris, maar dat is helaas niet het geval. Het is eigenlijk erger geworden. De staatssecretaris heeft aangegeven dat het niet passend is en dus moet veranderen dat heel veel mensen in Rotterdam -- hij noemde dat voorbeeld -- een uitkering hebben, terwijl daar heel veel buitenlanders aan het werk zijn. Dit is een buitengewoon scheve vergelijking, want alle werkzaamheden die daar worden gedaan door buitenlanders, betreffen in heel veel gevallen illegale arbeid onder belabberde arbeidsomstandigheden, waarbij het minimumloon genegeerd wordt, en onder deplorabele leefomstandigheden, waarbij men met twintig mensen tegelijk in afbraakpanden woont. Is dit wat de regering voor ogen heeft? Als wij hierop afkoersen, is dit een race to the bottom. Zoals wij weten, kent een race to the bottom uitsluitend verliezers. Dat zal ook in dit geval zo lijken te zijn.

Ik kom bij mijn laatste punt. In eerste termijn heb ik gesproken over wat ik toen maar de 38/37'er noemde. Ik kan de toekomst niet voorspellen, maar op dit punt wel een beetje, vermoed ik. Het zal weer zo zijn dat de stem van een enkele senator, die niet eens aan het debat deelneemt en zelfs niet bij het debat aanwezig is, beslissend zal zijn voor het lot van zo'n 350.000 uitkeringstrekkers. Dat verdienen die uitkeringstrekkers niet. Zij verdienen een serieus debat waarbij  iedereen die voor dit wetsvoorstel stemt, een enorme verantwoordelijkheid op zich neemt. Die verantwoordelijkheid neem je niet op je door twee dagen lang afwezig te zijn. Ik vind dat uitermate beschamend. Als wij naar beleid kijken met afwegingen die kennelijk op deze manier tot stand komen, in achterkamertjes en zonder dat wij weten wat de afspraken zijn, is dat niet alleen een slag in het gezicht van de kiezer, maar ook in het gezicht van elke volksvertegenwoordiger die zich serieus met dit serieuze debat bezighoudt.

www.eerstekamer.nl/plenaire_vergadering/20111220

Lees 339 keer Laatst aangepast op woensdag, 28 december 2011 11:14
Log in om reacties te plaatsen