logoosftoplsocial

osfyoutube

locomotie-46-160

woensdag, 28 december 2011 12:57

Vergadering 22 november 2011 Begroting Prinsjesdag

De heer De Lange (OSF): Mijnheer de voorzitter. Hoewel deze algemene beschouwingen geacht worden te gaan over de op Prinsjesdag gepresenteerde begroting, is de houdbaarheidsdatum van de toen aangeleverde documenten dusdanig kort gebleken dat nu, nauwelijks twee maanden later, van een geheel nieuwe situatie sprake is. Het lijkt dan ook zinvol de nieuwe feiten als uitgangspunt te nemen en de begroting van 16 september bij te zetten op het kerkhof van niet-gerealiseerde ambities. Dat een nieuwe aanpak van de enorme problemen waar ons land voor staat meer dan noodzakelijk is, hoop ik in mijn bijdrage te onderstrepen. Sinds kort is officieel bevestigd wat velen al als onvermijdelijk beschouwden. Nederland bevindt zich in een recessie. Die feitelijke situatie vraagt om herbezinning en om nieuw beleid.

Herbezinning omdat het door dit kabinet ingezette draconische bezuinigingsbeleid nog meer dan voorheen het risico in zich bergt dat juist ten gevolge van dit beleid de crisis zich verdiept. Herbezinning ook omdat pogingen van deze regering om ons het neoliberale mensbeeld door de strot te wringen als onderdeel van een beperkte maatschappijvisie, slechts tot sociale onrust en verdeeldheid kunnen leiden die voor vele jaren de herstelkracht van ons land negatief zullen beïnvloeden. Dat in ons land lobbyisten voor ondernemersdeelbelangen momenteel de meest invloedrijke Nederlanders zijn, zou in dit verband te denken moeten geven. Een levenskrachtige samenleving zou toch waarachtig op een breder palet aan waarden moeten kunnen bogen.

Ik vraag de minister, als ik in het blad Forum lees dat hij de euro redt voor de ondernemers, wat hij voor de burgers in petto heeft. Laten we ons richten op het centrale probleem waar Europa en dus ook Nederland mee kampt: de eurocrisis. Juist deze crisis dwingt ons tot een herijking van ideeën waarvan velen dachten dat die in steen gebeiteld waren. Laat me u meenemen op een wandeling langs de wat verloederd aandoende Boulevard of Broken Dreams. Europa bevindt zich in een financiële crisis van ongekende omvang. Het is niet langer een taboe, zelfs niet onder politici, om vast te stellen dat het onderbrengen van landen met sterk verschillende niveaus van economische ontwikkeling en met totaal verschillende culturen in één muntunie een onberaden beslissing met enorme gevolgen is geweest. Diverse landen hebben bovendien jarenlang niet door hun economische kracht maar op basis van bovenmatig krediet ver boven hun stand geleefd. De financiële markten werden uiteindelijk aan het einde van 2009 wakker geschud. Sindsdien mijden beleggers staatsobligaties van de zwakkere landen of eisen zij zeer hoge rentevergoedingen die deze landen zich niet kunnen veroorloven.

Door deze uitermate giftige "cocktail" zijn diverse zwakkere eurolanden nu in feite failliet en liggen zij aan het infuus van de sterkere eurolanden. Nationale economieën zijn ingestort. Ook grote groepen burgers uit die landen kunnen niet meer aan hun betalingsverplichtingen voldoen. Hele bevolkingsgroepen vervallen nu in armoede. Wat te doen? De eurozone bestaat uit landen met zeer uiteenlopende economieën en culturen. De verschillen zijn enorm en dateren niet van vandaag of gisteren. Zij zullen dus ook niet morgen of overmorgen verdwenen zijn. Illusies over de maakbaarheid van een Europese samenleving moeten ook vooral blijven wat zij zijn: illusies.

Het is een illusie te denken dat vervanging van een regeringsleider in Griekenland of Italië de weg opent naar een nieuw Europa. De euforie die een dergelijke gebeurtenis begeleidt, duurt tegenwoordig op de financiële markten slechts een paar uur. De retoriek van politici heeft voor de economie van alledag zijn relevantie grotendeels verloren. De grote belangentegenstellingen tussen Duitsland en Frankrijk kunnen niet verdoezeld worden door allerlei vormen van Merkozytheater, maar scheppen slechts patsituaties die werkelijk herstel in de weg staan. De echte vraag is welke realistische opties we nog hebben. Er worden er een paar gebruikt. De eerste is pogingen om de euro te behouden, tot elke prijs. Een omineuze formulering, maar goed. Dit kan alleen door een Europees steunfonds van duizenden miljarden euro's op te tuigen en door de schulden van failliete landen grotendeels kwijt te schelden. Tegelijkertijd dient er een soevereiniteitsoverdracht op budgettair gebied plaats te vinden die zijn weerga niet kent en die op enorme weerstand kan rekenen. Everybody happy?

Nou nee, niet helemaal. De belastingbetalers in landen die voor de schulden opdraaien, mokken en de inwoners van de onder curatele te stellen naties verzetten zich. Wat een perspectief! Bovendien wordt het echte probleem, de volstrekt ontoereikende concurrentiekracht van de schuldenlanden, op geen enkele wijze uit het slop geholpen. Integendeel, zelfs na kwijtschelding van een aanzienlijk deel van de schulden is de overblijvende schuldenlast, in elk geval voor Griekenland, nog steeds van een ondraaglijke omvang die, mede door de keiharde euro, werkelijk economisch herstel binnen een mensenleven uitsluit. Zijn bedelaarstaten aan de zuidgrens van Europa het antwoord op de problemen? De vraag stellen is hem beantwoorden. Ik krijg hierop graag de reactie van de minister.

De tweede optie is het volledig opbreken van de eurozone en de terugkeer naar de nationale munten van voorheen. Zelfs eurosceptici zien op bepaalde punten nog wel de voordelen van de euro. Het gemak en de symbolische waarde die staat voor een Europa van de toekomst kunnen zelfs door hen niet zonder meer weggepoetst worden. Maar is het economisch haalbaar en verstandig? Natuurlijk kan onafhankelijk onderzoek naar deze vraag geen kwaad, maar op voorhand is in te zien dat de kosten en de economische gevolgen groot zullen zijn. Een voordeel van deze strategie is wel dat schuldenlanden via de gebruikelijke mechanismes van devaluatie van de eigen munt voor zichzelf weer een economisch perspectief kunnen scheppen en hun onafhankelijkheid behouden. In geopolitieke zin zou het een politieke unie in Europa voor generaties buiten bereik brengen. Zelfs het in standhouden van een krachtige unie van economisch nauw samenwerkende landen zou in een dergelijk scenario onder zware druk komen te staan. Is een terugval naar een Europa van individuele lidstaten een toekomstbeeld dat vertrouwen schept? De vraag stellen is hem beantwoorden. Ook op dit punt krijg ik graag de reactie van de minister.

Helaas concentreert de politieke discussie zich voortdurend op een keuze ten gunste van één van beide extremen die ik hierboven geschetst heb. Dat is betreurenswaardig, omdat een evenwichtige discussie over de in beide scenario's aanwezige voor- en nadelen niet gevoerd wordt. Als dat proces zijn gang blijft gaan, worden we al te gemakkelijk een Europa binnen gerommeld op basis van argumenten die wel erg eenzijdig zijn. Wat in concreto deze regering te verwijten valt, is dat de kosten voor de belastingbetaler, gekoppeld aan de diverse reddingsplannen voor de euro, angstvallig buiten beeld worden gehouden. In een zorgwekkende tijd waarin de door de regering bepleite enorme investeringen in Europa moeten plaatsvinden in een klimaat waarin de belastingbetaler zijn vertrouwen in Europa en de Europese politiek volledig verloren heeft, in dergelijk tijden, is de overheid haar burgers heel wat meer verschuldigd dan eenzijdige retoriek. Ook eerlijkheid, al kan die onplezierige kanten hebben, is een investering in de toekomst. De burger is in een totale spagaat over Europa. Hoe lang moeten we dat blijven ontkennen? Een wijs man of een wijze vrouw kiest zelden voor extremen. Hij zet voor- en nadelen op een rij en probeert een strategie te vinden die nadelen ondervangt en voordelen in tact houdt. Bestaat er in de huidige zorgwekkende omstandigheden zo'n strategie?

Ik ben van mening van wel, en ik zal daar nader op ingaan. Een realistische oplossing van de crisis dient een aantal elementen te bevatten. De voordelen van de gemeenschappelijke munt in Europa dienen zo veel mogelijk behouden te worden en de nadelen ervan dienen naar vermogen ondervangen te worden. Als alleen wordt ingezet op behoud van de euro voor alle deelnemende landen, wordt niets gedaan aan de tekortschietende concurrentiekracht van diverse zuidelijke landen. Ook afstempelen van hun schulden zonder verdere maatregelen lost dit concurrentie probleem niet op. Een dergelijke strategie zou deze landen slechts veroordelen tot langdurige economische krimp en armoede.

Als daarentegen de euro opgegeven zou worden om de zwakke landen de op zichzelf noodzakelijke mogelijkheid te geven om door devaluatie van hun nieuwe valuta aan concurrentiekracht te winnen, wordt het kind met het badwater weggegooid. Allereerst is een dergelijk proces kostbaar en ingewikkeld. Nieuwe bankbiljetten en muntstukken zouden moeten worden ingevoerd. De bijwerkingen zijn desastreus: kapitaalvlucht van de zwakkere naar de sterkere eurolanden, waardoor de zwakkere landen en de banken daarvan direct worden geliquideerd, een crash van de financiële sectoren en een diepe mondiale recessie. Ook aan de Europese idealen van toenemende samenwerking en economische integratie zou een enorme klap worden toegebracht, met ernstige risico's van Europese polarisatie en politieke instabiliteit. Door jarenlange nalatigheid van toonaangevende politici bestaan er nu helaas geen aantrekkelijke en eenvoudige recepten meer die de zaken in goede banen leiden. Alle oplossingen zullen zeer pijnlijke kanten hebben, maar niettemin moet er iets gebeuren. Als de ervaringen van de afgelopen jaren één ding geleerd hebben, dan is het wel dat niets doen onverantwoordelijk is.

Een aanvaardbare en in de Nederlandse media nauwelijks besproken optie is de zogenaamde Matheo Solution, ontwikkeld door de Nederlandse onderzoeker André ten Dam. Met name in Duitsland kan deze strategie zich in een toenemende belangstelling verheugen. Bij deze aanpak wordt gekozen voor een flexibel monetair systeem dat zo goed mogelijk inspeelt op de specifieke economische omstandigheden van alle eurolanden. Waar gaat het om? In alle landen binnen de eurozone blijft de euro het enige wettig betaalmiddel en als zodanig behouden. Tot zover niets nieuws. Wat wel nieuw is, is dat daarnaast nieuwe nationale valuta – eenheden worden ingevoerd. Deze nationale valuta – eenheden kunnen dan fluctueren ten opzichte van de euro. Daarmee kunnen in de zwakke landen op nationaal niveau de noodzakelijke prijs- en loon devaluaties doorgevoerd worden ten opzichte van de euro. Op deze wijze kan de concurrentiekracht in deze landen op het vereiste peil gebracht worden. Deze nationale valuta eenheden maken de dringend noodzakelijke introductie van rentebeleid op nationaal niveau ook weer mogelijk, waardoor ongewenste nationale economische ontwikkelingen, zoals bovenmatige inflatie en vastgoedbubbles, aangepakt kunnen worden. Op het moment van invoering van The Matheo Solution worden alle bestaande bezittingen en vorderingen in euro's gehandhaafd. Dit ter voorkoming van kapitaalvlucht en om problemen met juridische eigendomsrechten te uit te sluiten.

Nieuwe verplichtingen kunnen naar keuze worden aangegaan in euro's voor grensoverschrijdende transacties, of in de desbetreffende nationale valuta -eenheid voor binnenlands verkeer. Voorts hebben verschillende Europese overheden de mogelijkheid om eventuele bijkomende ongewenste effecten te bestrijden via nationale fiscale wetgeving op maat. Na invoering van The Matheo Solution blijft er nog steeds het probleem van landen met een schuldenlast waar ze in geen mensenleven meer van afkomen. In die gevallen is alleen financiële steun van sterkere landen nog een optie. Aangezien de betreffende zwakke landen nu echter hun concurrentiekracht zien groeien en een economische toekomst voor zichzelf kunnen creëren, is dit niet langer een zaak van goed geld naar kwaad geld gooien. Langs deze weg wordt namelijk geïnvesteerd in economische groei van zwakke landen en daarmee van de eurozone als geheel. Hoewel verre van pijnloos, is dit te verkiezen boven de huidige politieke verlamming die slechts kan leiden tot internationale recessie en rampspoed, met name voor de zwakste groepen in de Europese samenlevingen. Het zou van wijsheid getuigen als de politiek in Nederland de creatieve Matheo-aanpak serieus zou overwegen. Graag de reactie van de minister op dit punt. Ik dank u voor uw aandacht.

Lees 279 keer
Log in om reacties te plaatsen